ECLI:NL:RBDHA:2026:19335
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek rechter afgewezen wegens te late indiening
Op 12 juni 2026 diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen mr. L.C. Bannink, rechter in de hoofdzaak SGR 24/8651 AKW. Verzoeker stelde vijf gronden aan het verzoek ten grondslag, waaronder vermeende onpartijdigheid en gedragingen van de rechter tijdens de zitting.
De wrakingskamer beoordeelde dat een wrakingsverzoek tijdig moet worden ingediend zodra de omstandigheden bekend zijn. De door verzoeker aangevoerde omstandigheden waren hem reeds op 7 mei 2026 bekend, maar het verzoek werd pas ruim een maand later ingediend. De verklaring van verzoeker dat zijn advocaat het verzoek eerst moest beoordelen en pas begin juni terugkeerde uit het buitenland, rechtvaardigde dit tijdsverloop niet.
Daarom werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard en werd de procedure in de hoofdzaak voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij indiening van het verzoek. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek vond niet plaats, omdat het verzoek te laat was ingediend. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening; hoofdzaak wordt voortgezet.