ECLI:NL:RBDHA:2026:1932
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na niet-ontvankelijk verklaard beroep visumkort verblijf
Verzoeker diende beroep in tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een visum voor kort verblijf en betaalde het griffierecht niet tijdig. De minister nam alsnog een besluit op het bezwaar, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat het beroep niet inhoudelijk kon worden behandeld vanwege de niet tijdige betaling van het griffierecht, waardoor het beroep niet-ontvankelijk was. Omdat geen ontvankelijk beroep bestond, was er geen situatie waarin de minister geheel of gedeeltelijk aan het beroep tegemoet was gekomen.
Daarom werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen als kennelijk ongegrond. Wel werd het te laat betaalde griffierecht aan verzoeker terugbetaald. De rechtbank zag geen reden om partijen voor een zitting uit te nodigen en deed uitspraak op basis van het dossier.
Uitkomst: Het beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.