Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] ,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Samenvatting
.Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder stelde deze aanvraag buiten behandeling omdat eiser niet was verschenen bij de oproep voor de start van de asielprocedure en geen reden had opgegeven voor zijn afwezigheid. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat het voornemen om de aanvraag buiten behandeling te stellen niet aan eiser of zijn gemachtigde was uitgereikt, waardoor eiser geen mogelijkheid had een zienswijze in te brengen. Dit vormde een motiveringsgebrek en was in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak.
Omdat het beroep gegrond werd verklaard, wees de rechtbank het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser. De rechtbank ging niet in op overige beroepsgronden omdat het primaire bezwaar reeds tot vernietiging leidde.
Uitkomst: Het besluit om de asielaanvraag buiten behandeling te stellen wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek en schending van het zorgvuldigheidsbeginsel, met opdracht tot een nieuw besluit binnen twaalf weken.