ECLI:NL:RBDHA:2026:19267
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland
Eiser, van Syrische nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening. Nederland verzocht Duitsland om terugname van eiser, waarmee Duitsland instemde.
De rechtbank beoordeelde of het interstatelijk vertrouwensbeginsel, dat uitgaat van correcte behandeling door Duitsland, kon worden doorbroken. Eiser stelde dat Duitsland zijn verplichtingen niet nakomt, maar dit werd onvoldoende onderbouwd bevonden.
De rechtbank concludeerde dat het vermoeden van correcte behandeling door Duitsland niet is weerlegd. Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en partijen kunnen binnen zes weken verzet aantekenen. Tegen de beslissing op het voorlopige voorzieningsverzoek staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.