ECLI:NL:RBDHA:2026:19252

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 juni 2026
Publicatiedatum
12 juli 2026
Zaaknummer
C/09/704631 / JE RK 26-768
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArt. 1:265c lid 2 BWArt. 2 Besluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige

De rechtbank Den Haag heeft op 11 juni 2026 een beschikking gegeven over de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De gecertificeerde instelling verzocht om verlenging vanwege zorgen over de stabiliteit en veiligheid in het gezinshuis en het gedrag van de minderjarige, dat nog steeds fysiek agressief kan zijn. De minderjarige verblijft sinds augustus 2025 in een ander gezinshuis waar verbetering is gezien, mede door medicatie en therapie.

De moeder van de minderjarige stemde in met het verzoek en werkt zelf aan haar persoonlijke ontwikkeling. De kinderrechter oordeelde dat de voorwaarden voor verlenging zijn vervuld en dat de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk blijft voor de verzorging en opvoeding. De hulpverlening is recent gestart en richt zich eerst op gehechtheid, met een toekomstig plan voor traumaverwerking.

De kinderrechter verlengde de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing tot 12 juni 2027 en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De betrokken partijen kunnen binnen drie maanden hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige tot 12 juni 2027 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/704631 / JE RK 26-768
Datum uitspraak: 11 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. B.S. van Haeften uit Den Haag.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 30 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • [naam] , namens de gecertificeerde instelling;
  • de moeder met haar advocaat.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft in een gezinshuis.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 27 mei 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 12 juni 2026 en voor dezelfde duur de machtiging verlengd [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gezinsgerichte voorziening tot 12 juni 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de gecertificeerde instelling de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [minderjarige] is in augustus 2025 vanwege zorgen over de stabiliteit en veiligheid van het vorige gezinshuis overgeplaatst naar het huidige gezinshuis. Bij [minderjarige] wordt gezien dat hij snel van slag raakt en het lukt hem niet om zichzelf rustig te krijgen. Als hij boos wordt kan hij fysiek agressief gedrag tonen waarbij het soms nodig is om hem vast te houden voor zijn eigen veiligheid en die van zijn omgeving. De gecertificeerde instelling geeft aan dat de frequentie en duur van de buien zijn afgenomen sinds [minderjarige] langer in het huidige gezinshuis verblijft. Ook lijkt zijn gedrag te zijn verbeterd door medicatiegebruik. Het gedrag van [minderjarige] vraagt door de intensiteit echter veel van de gezinshuisouders. De hulpverlening bij Youz is gestart waarbij er wordt gefocust op de gehechtheid door de inzet van theraplay. Ook wordt het levensverhaal van [minderjarige] geschreven. Deze hulpverlening is nodig om [minderjarige] een veilig gevoel te geven in het gezinshuis. De gecertificeerde instelling benoemt dat op een later moment gefocust zal worden op de traumaverwerking van [minderjarige] . De samenwerking tussen de moeder en de gezinshuisouders verloopt dermate goed dat de gecertificeerde instelling voornemens is om het komende jaar toe te werken naar het vrijwillig kader. Een overdracht naar het vrijwillig kader is op dit moment nog te vroeg, omdat er nog een aantal zaken moeten worden geregeld, waaronder het contact met de familie van [minderjarige] .

4.De standpunten

4.1.
Door en namens de moeder is ingestemd met het verzochte. De moeder vindt het fijn dat [minderjarige] in het huidige gezinshuis zit. Zij heeft prettig contact met de gezinshuisouders en stemt verschillende zaken met hen af. [minderjarige] vraagt met regelmaat aan de moeder wanneer hij weer mee naar huis mag. Dit vindt de moeder lastig en hoopt dat [minderjarige] hier rust in vindt. De moeder werkt hard aan zichzelf met hulpverlening en wil graag starten met een opleiding.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. [2]
5.2.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. De ernstige zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige] zijn nog onvoldoende weggenomen. [minderjarige] laat zowel op school als in het gezinshuis moeilijk gedrag zien waarbij hij fysiek agressief kan worden. Wel wordt er een voorzichtige afname in frequentie en duur gezien sinds [minderjarige] in het huidige gezinshuis verblijft. Het lukt de gezinshuisouders om [minderjarige] de duidelijkheid en consistentie te bieden die hij nodig heeft. Het gedrag van [minderjarige] is echter dermate zwaar dat de gezinshuisouders meer ondersteuning nodig hebben en hiervoor contact zoeken met de gecertificeerde instelling. Ook is gebleken dat regulier onderwijs niet passend is voor [minderjarige] waardoor hij aangemeld wordt voor een cluster vier school. De omgangsmomenten met de moeder verlopen goed en er is prettig contact tussen de moeder en de gezinshuisouders. Ter zitting is door de gecertificeerde instelling aangeven dat gedacht wordt aan overdracht naar het vrijwillig kader, maar dat daarvoor het komend jaar nog enkele zaken geregeld dienen te worden. Door de moeder is naar voren gebracht dat zij achter de plaatsing van [minderjarige] in het gezinshuis staat en bereid is hulpverlening te vervolgen in het vrijwillig kader. De kinderrechter onderschrijft de visie van de gecertificeerde instelling dat de betrokkenheid van een jeugdbeschermer het komend jaar nog noodzakelijk is. De hulpverlening voor [minderjarige] is kortgeleden opgestart en er wordt eerst gewerkt aan de gehechtheid zodat [minderjarige] rust kan vinden in zijn plaatsing bij het gezinshuis. Vervolgens zal gestart worden met hulpverlening gericht op traumaverwerking. Een overdracht naar het vrijwillig kader is op dit moment te vroeg. Het is van belang dat de gecertificeerde instelling komend jaar zicht houdt op het verloop van deze hulpverlening en de ontwikkeling van [minderjarige] monitort en zo nodig nog extra hulp voor [minderjarige] inzet.
5.3.
Gelet op het voorgaande verlengt de kinderrechter de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] voor de duur van een jaar.
5.4.
De beslissing tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [3]
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 12 juni 2027;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening tot 12 juni 2027;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2026 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Kroon als griffier, en op schrift gesteld op 15 juni 2026.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.
3.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.