ECLI:NL:RBDHA:2026:19133
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak terugkeerbesluit vreemdeling
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 24 juni 2026 het verzoek van verzoekster behandeld om een voorlopige voorziening te treffen die voorkomt dat zij gedurende de behandeling van haar beroep tegen de afwijzing van haar aanvraag wordt uitgezet.
Bij de uitspraak van 10 juli 2026 heeft de rechtbank het beroep van verzoekster gegrond verklaard voor zover het betrekking heeft op het terugkeerbesluit, maar het overige bestreden besluit blijft in stand. Hierdoor acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk en wijst het verzoek af.
Daarnaast veroordeelt de voorzieningenrechter de minister van Asiel en Migratie in de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 934,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma en is onherroepelijk, er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep tegen het terugkeerbesluit gegrond is verklaard.