Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
primair[gedaagde] te bevelen de executie van het eerdere vonnis onmiddellijk te staken en [gedaagde] te verbieden om op basis van dat vonnis executoriaal beslag te leggen op enig vermogensbestanddeel van [eiseres] en haar te gebieden om reeds gelegde executoriale beslagen op te heffen, een en ander op straffe van dwangsommen en
subsidiairde in 5.2. van het dictum van het eerdere vonnis opgelegde dwangsom op te heffen, dan wel te schorsen totdat [eiseres] in staat is gesteld de veroordeling na te komen, op de grond dat nakoming tijdelijk of blijvend onmogelijk is door omstandigheden die niet aan [eiseres] zijn toe te rekenen. Ten slotte vordert [eiseres]
primair en subsidiair[gedaagde] te veroordelen tot terugbetaling van alle op basis van het eerdere vonnis geïncasseerde, dan wel te incasseren bedragen, te vermeerderen met de wettelijke rente, en [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.De beoordeling van het geschil
‘Rapport van inbedrijfstellen en opleveren Brandmeld-/ontruimingsalarminstallatie’van 7 mei 2026. De voorzieningenrechter gaat er van uit dat partijen zich ervoor zullen inspannen dat deze afspraken worden nageleefd.