ECLI:NL:RBDHA:2026:19079
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen beëindiging Landelijke Vreemdelingenvoorziening
De zaak betreft een bezwaar van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV) in Utrecht te beëindigen. De LVV bood opvang en begeleiding aan vreemdelingen die illegaal in Nederland verbleven. De minister heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen procesbelang meer zou hebben.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard. Eiser heeft inmiddels een verblijfsvergunning gekregen en is daardoor niet langer aangewezen op de opvang en begeleiding van de LVV. Hij kan gebruik maken van andere voorzieningen zoals gemeentelijke woonruimtebemiddeling en bijstand. Hierdoor ontbreekt het procesbelang bij de bezwaarprocedure.
De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van het besluit en wijst ook het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat deze termijn nog niet is overschreden en er geen onderbouwing van schade is gegeven.
De rechtbank verklaart het beroep kennelijk ongegrond en wijst het af zonder zitting, conform artikel 8:54 Awb Pro.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de beëindiging van de LVV wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.