ECLI:NL:RBDHA:2026:19060
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen beëindiging Landelijke Vreemdelingenvoorziening
De zaak betreft een bezwaar van eiser tegen het besluit van de minister om de Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV) in Utrecht te beëindigen. De minister verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat eiser geen procesbelang meer zou hebben, aangezien hij geen gebruik meer maakt van de LVV.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard. Eiser heeft een herhaalde asielaanvraag ingediend en maakt gebruik van opvang via het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa). Hierdoor is het doel van het bezwaar, namelijk het behoud van LVV-opvang, niet meer van feitelijke betekenis voor eiser.
De rechtbank wijst ook het verzoek om vrijstelling van griffierecht toe en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de termijn nog niet is overschreden en er geen onderbouwing van schade is gegeven. Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de beëindiging van de LVV is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.