ECLI:NL:RBDHA:2026:1905
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet bestaande maatregel van bewaring
Eiser, van Tunesische nationaliteit, stelde op 25 november 2025 beroep in tegen een vermeende maatregel van bewaring opgelegd op diezelfde datum. De minister informeerde de rechtbank op 4 december 2025 dat aan eiser geen maatregel van bewaring was opgelegd. De rechtbank verzocht eiser om opheldering over het bestreden besluit, maar eiser handhaafde zijn beroep en stelde ter zitting dat het beroep zich richtte tegen de ophouding, niet tegen de maatregel van bewaring.
De rechtbank oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat het is ingesteld tegen een niet bestaand besluit, hetgeen niet voldoet aan de definitie van een besluit in de Algemene wet bestuursrecht (Art. 1:3 Awb Pro). Het standpunt van eiser ter zitting was te laat en niet in overeenstemming met het ingediende beroep.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter A. Skerka en griffier T. Rommes op 9 januari 2026. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het is ingesteld tegen een niet bestaande maatregel van bewaring.