ECLI:NL:RBDHA:2026:19049

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
NL26.37063
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling uit Mozambique ongegrond verklaard

De minister van Asiel en Migratie legde op 1 mei 2026 een maatregel van bewaring op aan eiser, een vreemdeling uit Mozambique. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank had de maatregel eerder getoetst en oordeelde dat deze tot het sluiten van het onderzoek rechtmatig was.

In de huidige beoordeling richt de rechtbank zich op de periode na het sluiten van het eerdere onderzoek. Eiser stelde dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering bestaat en dat de minister onvoldoende voortvarend is in het uitzettingsproces. De rechtbank oordeelt echter dat er wel degelijk zicht is op uitzetting, mede omdat de Mozambikaanse autoriteiten geen signalen hebben gegeven dat zij geen laissez passer zullen verstrekken en omdat gedwongen uitzetting naar Mozambique mogelijk is volgens de Dienst Terugkeer & Vertrek.

Verder blijkt uit het dossier dat de minister op 4 en 26 juni 2026 contact heeft gehad met de Mozambikaanse autoriteiten en dat er meerdere vertrekgesprekken met eiser hebben plaatsgevonden. Dit wordt als voldoende voortvarend beschouwd. Eiser heeft geen concrete pogingen gedaan om zijn identiteit of nationaliteit aan te tonen. De rechtbank ziet geen bijzondere omstandigheden die andere handelingen van de minister vereisen.

De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring rechtmatig is en wijst het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.37063

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] ,

V-nummer: [V-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. S. Guman),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 1 mei 2026 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding. Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 19 mei 2026 (in de zaak NL26.25403) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek.
2. Eiser voert aan dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering is en dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan de verwijdering.
3. Anders dan eiser is de rechtbank van oordeel dat het zicht op uitzetting niet ontbreekt. Bij dit oordeel is van belang dat niet is gebleken van signalen van de Mozambikaanse autoriteiten dat geen laissez passer (LP) aan eiser zal worden verstrekt, of dat de Mozambikaanse autoriteiten in het algemeen geen medewerking verlenen aan gedwongen uitzetting. De rechtbank wijst hierbij ook op de website van de “Dienst Terugkeer & Vertrek” waar staat vermeld dat gedwongen uitzetting naar Mozambique mogelijk is. Eiser heeft vooralsnog geen feiten en omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om te twijfelen of gedwongen uitzetting mogelijk is. Verweerder mag het onderzoek dan ook afwachten. Bij dit oordeel is verder van belang dat niet blijkt van concrete pogingen van de zijde van eiser om zijn identiteit en nationaliteit op enige wijze aan te tonen. De duur van de bewaring leidt evenmin tot een ander oordeel. Wel vraagt de rechtbank verweerder om bij gelegenheid van een volgend vervolgberoep cijfers te overleggen over de door de Mozambikaanse autoriteiten afgegeven LP’s over de afgelopen jaren.
4. Uit de door verweerder verstrekte gegevens blijkt verder dat verweerder in de te beoordelen periode op 4 juni 2026 en op 26 juni 2026 bij de Mozambikaanse autoriteiten heeft gerappelleerd. Verder hebben op 3 juni 2026, 19 juni 2026 en 22 juni 2026 vertrekgesprekken plaatsgevonden met eiser. Dat is voldoende voortvarend. Het is de rechtbank niet gebleken van bijzondere omstandigheden die op dit moment maken dat van verweerder gevergd kan worden ook andere handelingen te verrichten. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
5. Ook ambtshalve toetsend is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de stukken in het dossier, de toepassing noch de tenuitvoerlegging van de bewaring in strijd is met de wet.
6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B. de Boer, rechter, in aanwezigheid van
M.R. van Kerkwijk, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.