Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.Waar gaat deze zaak over?
2.De procedure
- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 13;
3.De feiten
- zij heeft aan een aantal personen en een stichting een bedrag in contanten gelegateerd;
- zij heeft [gedaagde] en [eiseres] voor gelijke delen tot haar erfgenamen benoemd;
- de blote eigendom van haar woning heeft zij gelegateerd aan de zoon en dochter van [gedaagde] , onder toekenning van het recht van vruchtgebruik van deze woning aan [gedaagde] en haar echtgenoot, de heer [executeur] ;
- [executeur] is tot executeur van haar nalatenschap en tot afwikkelingsbewindvoerder benoemd;
- zij heeft verklaard dat zij vóór 1 januari 2013 geen nog in te brengen schenkingen aan haar kinderen heeft gedaan en dat van inbreng door haar afstammelingen van eventuele giften geen sprake zal zijn.
mr. [bemiddelaar] , verzocht om te bemiddelen tussen [eiseres] en [gedaagde] bij de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster.
Fijn dat je mij het vertrouwen wilt geven om een oplossing te vinden voor de afwikkeling van de nalatenschap van je moeder. Ik sprak vanmiddag via Zoom met [eiseres] en ook zij heeft aangegeven graag te zien dat ik die rol op mij neem. Als ik jullie beiden hoor denk ik dat jullie het over de uitgangspunten op hoofdlijnen wel eens zijn maar dat het met name gaat over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan, en wat de omvang is van, de zogenaamde “onderbedeling”.”
Ondertussen heb ik (zoals ik je ook heb laten weten) mogen ervaren dat [gedaagde] graag bereid is uitvoering te geven aan een gelijke bedeling van jullie beiden. Dat betekent dat het nu vooral op de uitvoering aankomt. In dat kader zullen we eerst moeten vaststellen wat de onderbedeling is die voor jou ontstaat als onverkort uitvoering zou worden gegeven aan het testament van je moeder. In dat kader heb ik [executeur] gevraagd om een boedelbeschrijving op te maken die vervolgens door mij getoetst kan worden en daarna door mij met jou besproken. Daarna kan worden gekeken hoe de onderbedeling op praktische wijze kan worden rechtgetrokken.”
Alvorens over de financiële kant van de zaak meer in detail te treden, denk ik dat het goed is om de uitgangspunten waar we over hebben gesproken nog een keer duidelijk op schrift te stellen zodat daarover geen misverstand kan bestaan.
Mijn rol is dus om zorg te dragen voor de effectieve en objectieve fiscale en financiële afwikkeling samen met de fiscalist en met hulp van een boedelnotaris op basis van door jou als mediator te maken afspraken met [gedaagde] en [eiseres] . (…).
e-mail aan [eiseres] ) onder meer bericht:
Jullie hebben mij een tijd geleden gevraagd om te bemiddelen in de afwikkeling van de nalatenschap van [erflaatster] , mede in het licht van de wensen in het testament van [erflater] dat zijn beide dochters per saldo gelijk berechtigd zouden worden. Ik heb begrepen dat die vraag (mede) bij mij is neergelegd omdat ik in het testament van [erflater] als executeur-testamentair ben aangewezen. Ik heb aangegeven dat ik bereid ben om een bemiddelende rol te vervullen. (…). Daarbij heb ik om te beginnen aangegeven dat ik mijn bemiddelende rol alleen maar wilde vervullen als beide zusjes het eens zouden zijn over het uitgangspunt dat onder aan de streep eenieder gelijk bedeeld zou worden. Gehuwd of ongehuwd, kinderen of geen kinderen zou daarbij niet moeten uitmaken. Bevoordelingen bij leven zouden in de verdeling over en weer moeten worden meegenomen. Ik heb begrepen dat zowel [gedaagde] als [eiseres] zich in dat uitganspunt konden vinden. (…)
Dank voor je bericht! Helder en prima. (…)
Beneficiair aanvaarden is daardoor geen optie meer. (Beneficiair aanvaarden is overigens een aparte juridische procedure die tijd kost die we niet meer hebben, maar ook aan ons allebei geen voordeel biedt. Er zijn immers geen schulden.) Op deze manier van zuiver aanvaarden is er dus deze keuze mogelijkheid die in de bijlage staat.
In vervolg op de opstelling in onderstaande en gehoord hebbend jullie commentaar had ik al voorgesteld om uit te gaan van een te verrekenen bedrag aan overbedeling van € 1.7 mio. Voor de goede orde maak ik nog een keer inzichtelijk hoe ik, rekening houdend met jullie commentaar, tot dit bedrag ben gekomen. (…)
De vraag die voorligt is of je akkoord gaat met mijn voorstel zoals dat wat mij betreft in definitieve vorm voorligt.”
Voor die mediation is als uitgangspunt door jullie gekozen dat ieder van jullie, rekening houden met schenkingen in het verleden, uiteindelijk gelijkelijk bedeeld zouden worden uit de nalatenschappen van jullie vader en moeder. Dat uitgangspunt is ook verwoord in het testament van jullie vader. In die rol van mediator en met dat uitgangspunt voor ogen heb ik geprobeerd om in kaart te brengen wat het bedrag van de bevoordeling van jou ten opzichte van [eiseres] is geweest. Dat bedrag hebben we vastgesteld op € 1.700.000. Vervolgens heb ik gekeken hoe dat doorwerkt in de afwikkeling van de nalatenschap van jullie moeder en was mijn conclusie dat het het meest praktisch zou zijn als [eiseres] die zou verwerpen zodat jij de handen vrij hebt met het huis en de legaten om dat fiscaal optimaal te stroomlijnen.
Destijds heb ik je gevraagd om te helpen bij de afwikkeling bij de nalatenschap van mijn moeder - [eiseres] vroeg naar mijn moeders financiële verleden - en het leek me prettig zo neutraal mogelijk - met een relatieve buitenstaander die ons goed gezind is, te zien of en hoe de financiële verschillen waren tussen [eiseres] en mij. Ik was juist bereid om daar aan mee te werken terwijl mijn moeder had aangegeven in haar testament dat dit juist niet nodig/gewenst was…. Ik vond het van solidariteit van mezelf aan [eiseres] getuigen om hierin juist actief mee te werken zodat het verleden duidelijk is. Dat verschil heb je boven water gehaald en opgeschreven. Daarover moeten [eiseres] en ik het eens worden. Meer niet. Op basis hiervan kan [eiseres] besluiten mijn moeders nalatenschap al dan niet te aanvaarden of te verwerpen.
Het is natuurlijk wel belangrijk om duidelijkheid te scheppen m.b.t. de bevoordeling, en Pappies wens om dat t.z.t. te compenseren uit zijn nalatenschap. Daar was het allemaal om begonnen om de bevoordeling in kaart te brengen in het kader van het afwikkelen van de nalatenschap van Mammie. (…). Enfin, [bemiddelaar] verwoordt onze overeenstemming in zijn email van 18 juni volgens mij goed:
[eiseres] verwerpt de nalatenschap van moeder
Jullie stellen vast dat als gevolg van die verwerping en van schenkingen in het verleden, [gedaagde] ten opzichte van [eiseres] is overbedeeld voor een bedrag van € 2.823.000 per peildatum 1 januari 2023;
Jullie spreken af dat te zijner tijd de overbedeling wordt verrekend bij de afwikkeling van de nalatenschap van vader zodat ieder van jullie per saldo uiteindelijk evenveel ontvangt;
De feitelijke verdeling c.q. toedeling van de bezittingen van vader zullen eerst na zijn overlijden onderwerp van bespreking zijn. ””
De opdracht aan [bemiddelaar] was om, op verzoek van [eiseres] , precies het financiële verleden van mijn moeder uit te zoeken: wat de bevoordeling van mij zou zijn geweest t.o.v. [eiseres] , zodat we later, als mijn vader overleden is, kunnen verrekenen wat ik bevoordeeld ben geweest t.o.v. haar. Dat is duidelijk en hebben we overeenstemming over.
De executeur heeft belastingaangifte denk ik gedaan, er vanuit gaande dat ik zou verwerpen. Het innemen van dit standpunt was wel gebonden aan de voorwaarde dat we tot een overeenstemming kwamen mbt de verrekening van het voordeel dat mijn zusje heeft gehad in de nalatenschap en tijdens het leven van mijn moeder. Helaas hebben we geen formele overeenstemming, en ben ik nog steeds niet in de positie de nalatenschap te verwerpen.”
Het enige wat ik gezegd heb is dat ik het niet prettig vond en ook nog steeds vind om al te gaan verrekenen met de nalatenschap van mijn vader die dus gewoon nog leeft…”
Met verwondering heb ik kennisgenomen van onderstaande e-mail waarvan de inhoud in lijnrechte tegenspraak lijkt te zijn met jouw dankwoorden in eerdere mails dat alles zo goed op een rijtje is gezet.
- aan zijn kleinkinderen een bedrag gelegateerd ter grootte van het op het moment van zijn overlijden van erfbelasting vrijgestelde bedrag;
- [gedaagde] en [eiseres] voor gelijke delen benoemd tot zijn erfgenamen, waarbij hij hen heeft verzocht om, voor zover een van hen door giften van erflaatster zou zijn overbedeeld, zijn nalatenschap zo te verdelen dat ieder van hen een gelijk aandeel in het vermogen van hun ouders verkrijgt (zie artikel 4 hierna Pro);
- [bemiddelaar] tot executeur benoemd.
Ik verzoek mijn kinderen, indien en voor zover krachtens giften van hun moeder, (…), een van hen is overbedeeld, in onderling overleg mijn nalatenschap zo te verdelen dat zij ieder een gelijk vermogen hebben verkregen van hun beide ouders.”
Zoals je weet ben ik van het begin af aan niet met je eens geweest om bij voorbaat – zonder dat ik iets precies wist over het testament van pappie – [eiseres] te moeten compenseren uit moreel oogpunt – met als doel dat [eiseres] dan na pappies overlijden even veel van mammie zou hebben gekregen uit mammies nalatenschap als ik. Wat [eiseres] minder zou hebben gekregen van mammie zou ik dus uit moreel oogpunt haar hebben moeten compenseren en een schuldigerkenning aan haar hebben moeten schrijven/ ondertekenen. Dat was toen je stelling. Ik vond en vind nog steeds dat ik helemaal geen cé/ invloed op de nalatenschappen van mijn moeder of mijn vader heb of zou moeten hebben. Wij, [eiseres] en ik, hebben slechts de taak de 2 nalatenschappen van onze ouders zorgvuldig uit te voeren.
Het komt mij voorshands voor dat [gedaagde] door de afspraak met [eiseres] in het kader van mijn werkzaamheden jegens [eiseres] een zelfstandige verplichting in het leven heeft geroepen om uitvoering te geven aan de wens van [erflater] en dat daarmee de juridische discussie over de vraag of de testamentaire bepaling als zodanig in rechte afdwingbaar is niet meer relevant is.”
“pertinent onjuist”.Hij stelt uitdrukkelijk dat uitgangspunt bij het overleg was dat ieder van partijen
“onderaan de streep uit beide nalatenschappen per saldo een gelijk bedrag zou ontvangen conform de wens van vader (die op dat moment nog leefde).”Verder schrijft hij dat de afspraak over een gelijke verdeling in feite al was gemaakt voordat de inventarisatie van de omvang van de bevoordeling van [gedaagde] was voltooid en ging het bij die inventarisatie alleen nog over het bereiken van overeenstemming over de omvang van de bevoordeling.
Eiseres [ [gedaagde] , rechtbank] stelt in de dagvaarding uitdrukkelijk dat zij over de vraag of tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen over het onderling rechttrekken van de bevoordeling van eiseres in die zin dat – conform de wens van de vader in zijn testament – ieder van partijen uit de nalatenschap van beide ouders per saldo hetzelfde zou ontvangen, binnen het bestek van dit kort geding geen oordeel vraagt. De vorderingen van eiseres zijn echter niet te beoordelen zonder een voorlopig oordeel hierover. De voorzieningenrechter gaat er op grond van de in dit kort geding ingenomen stellingen vanuit dat die overeenstemming er inderdaad is. Eiseres heeft de gemotiveerde stellingen van gedaagde [ [eiseres] , rechtbank] op dit punt, zowel opgenomen in het beslagrekest als in haar conclusie van antwoord, onvoldoende weersproken.”
4.Het geschil
5.De beoordeling
Naast voornoemd bedrag van € 1.700.000,- (dat tussen partijen niet in geschil is) heeft [bemiddelaar] vastgesteld dat de nalatenschap van erflaatster door het toekennen van een geldlegaat en het legaat van de woning aan de kinderen van [gedaagde] negatief zou zijn.
Als hiermee geen rekening werd gehouden, zou de nalatenschap van erflaatster volgens berekeningen van [bemiddelaar] € 1.123.000,- zijn. Partijen zijn overeengekomen dat [gedaagde] de helft van het bedrag van (€ 1.700.000,- + € 1.123.000,- =) € 2.823.000, dus een bedrag van
€ 1.411.500,- aan [eiseres] moet vergoeden, aldus [eiseres] .
e-mailberichten:
Los van ieders juridische positie heb jij in ons eerste gesprek aangegeven dat je als uitgangspunt zou willen aanvaarden dat jij en [eiseres] uit de nalatenschap van jullie moeder en te zijner tijd die van je vader per saldo gelijkelijk worden bedeeld in aanmerking nemend wat ieder van jullie bij leven aan schenkingen van jullie ouders hebben ontvangen. Hoor graag of je je met dit uitganspunt kunt verenigen.”
Bevoordelingen bij leven zouden in de verdeling over en weer moeten worden meegenomen. Ik heb begrepen dat zowel [gedaagde] als [eiseres] zich in dat uitganspunt konden vinden.”
Dank voor je bericht! Helder en prima. (…)
In vervolg op de opstelling in onderstaande en gehoord hebbend jullie commentaar had ik al voorgesteld om uit te gaan van een te verrekenen bedrag aan overbedeling van € 1.7 mio. Voor de goede orde maak ik nog een keer inzichtelijk hoe ik, rekening houdend met jullie commentaar, tot dit bedrag ben gekomen.”
Destijds heb ik je gevraagd om te helpen bij de afwikkeling bij de nalatenschap van mijn moeder - [eiseres] vroeg naar mijn moeders financiële verleden - en het leek me prettig zo neutraal mogelijk - met een relatieve buitenstaander die ons goed gezind is, te zien of en hoe de financiële verschillen waren tussen [eiseres] en mij. Ik was juist bereid om daar aan mee te werken terwijl mijn moeder had aangegeven in haar testament dat dit juist niet nodig/gewenst was…. Ik vond het van solidariteit van mezelf aan [eiseres] getuigen om hierin juist actief mee te werken zodat het verleden duidelijk is. Dat verschil heb je boven water gehaald en opgeschreven. Daarover moeten [eiseres] en ik het eens worden. Meer niet. (…).
De opdracht aan [bemiddelaar] was om, op verzoek van [eiseres] , precies het financiële verleden van mijn moeder uit te zoeken: wat de bevoordeling van mij zou zijn geweest t.o.v. [eiseres] , zodat we later, als mijn vader overleden is, kunnen verrekenen wat ik bevoordeeld ben geweest t.o.v. haar. Dat is duidelijk en hebben we overeenstemming over.
kanworden verrekend als dat moet. Naar het oordeel van de rechtbank ligt deze uitleg niet voor de hand, zeker omdat [gedaagde] in hetzelfde e-mailbericht schrijft: “
Nu [bemiddelaar] alles in kaart heeft gebracht lijkt me dit een goede basis om de nalatenschap van mijn moeder verder af te wikkelen.”. Zoals hierna wordt overwogen (zie 5.32 tot en met 5.34) is ook geen sprake van een plicht tot verrekening of compensatie.
e-mailberichten ingegaan. De opdracht aan [bemiddelaar] was volgens [gedaagde] om in kaart te brengen welke schenkingen iedereen in de afgelopen dertig jaar had ontvangen, zowel [eiseres] en [gedaagde] als de kleinkinderen. Dit blijkt volgens [gedaagde] uit het feit dat [bemiddelaar] in zijn berekening ook de waarde van de woning aan de [adres] heeft meegenomen, terwijl dit geen schenking bij leven was maar een legaat. Ook het feit dat [bemiddelaar] de schenkingen aan de kleinkinderen heeft meegenomen in de berekening wijst daar volgens [gedaagde] op. [eiseres] heeft gemotiveerd betwist dat [bemiddelaar] de schenkingen in kaart heeft gebracht om haar legitieme portie te kunnen berekenen.
Om tot een eerlijke verdeling langs die lijn te komen zullen vervolgens de schenkingen die jullie vader of moeder aan ieder van jullie hebben gedaan moeten worden geïnventariseerd. Naar mijn idee horen daar de schenkingen aan jouw kinderen ook bij. Overigens is zo’n inventarisatie ook nodig (waar het de schenkingen van je moeder betreft) als [eiseres] een beroep zou doen op haar legitieme portie omdat in dat geval de legitimaire massa bepaald moet worden.”
“pertinent onjuist”is
.
e-mailberichten van [bemiddelaar] (die [eiseres] in kopie ontving), terwijl zij wel regelmatig contact met hem had en er een uitgebreide e-mailwisseling tussen hen is geweest sinds het overlijden van erflaatster. Verder blijkt de aanvaarding expliciet uit de e-mails van 8 maart 2024, waarin [gedaagde] aan [eiseres] bericht: “
Wat jij dan tekort zou komen hoop ik met jou te kunnen verrekenen op een later tijdstip in de nalatenschap van pappie.” en uit de e-mail van [gedaagde] van 2 augustus 2024 aan de boedelnotaris (met kopie van die e-mail aan [eiseres] ), waarin [gedaagde] schrijft: “
De opdracht aan [bemiddelaar] was om, op verzoek van [eiseres] , precies het financiële verleden van mijn moeder uit te zoeken: wat de bevoordeling van mij zou zijn geweest t.o.v. [eiseres] , zodat we later, als mijn vader overleden is, kunnen verrekenen wat ik bevoordeeld ben geweest t.o.v. haar. Dat is duidelijk en hebben we overeenstemming over.”
€ 2.823.000,- uitkomt. De rechtbank leidt dit onder meer af uit de e-mail van [gedaagde] aan de boedelnotaris van 2 augustus 2024, waarin zij schrijft: “
Daarnaast heeft [bemiddelaar] (…) uitgerekend wat mijn bevoordeling is op basis van het verwerpen van de nalatenschap van mijn moeder door [eiseres] . (…) Nu [bemiddelaar] alles in kaart heeft gebracht lijkt me dit een goede basis om de nalatenschap van mijn moeder verder af te wikkelen”, en uit de e-mail van [bemiddelaar] aan [gedaagde] van 13 augustus 2024 (zie 3.21), waarin hij schrijft: “
De door jullie beiden goedgekeurde berekening ligt er en mijn taak is daarmee voor dit moment afgerond.” Het is de rechtbank niet gebleken dat [gedaagde] op de e-mail van 13 augustus 2024 heeft gereageerd. Voorts is ook niet gebleken dat [gedaagde] op enig moment inhoudelijk heeft gereageerd op de berekening van [bemiddelaar] van het bedrag van € 1.123.000,- en heeft toegelicht waarom die berekening niet zou kloppen, bijvoorbeeld door te stellen dat bepaalde boedelbestanddelen ontbraken of verkeerd zijn gewaardeerd. Zij heeft [bemiddelaar] wel laten weten dat zij zich “globaal” in de berekeningen kon vinden (zie 3.14). Voor zover uit de aangehaalde e-mailcorrespondentie geen expliciete instemming van [gedaagde] met het bedrag van € 1.123.000,- blijkt, is de rechtbank dan ook van oordeel dat [gedaagde] met haar
e-mails in ieder geval bij [eiseres] het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat die instemming er was en dat er dus overeenstemming tussen partijen bestond over het totale door [bemiddelaar] berekende bedrag van € 2.823.000,-.
als verrekeningsvermogen voor een onder- of overbedeling tussen haar en [eiseres]”. Op de vraag hoe die verrekening vervolgens exact zou moeten plaatsvinden na het overlijden van erflater en met welke vermogensbestanddelen uit zijn nalatenschap heeft [gedaagde] niet willen vooruitlopen, zo blijkt uit haar e-mail van 9 augustus 2024 (zie 3.20). Dat maakt dan ook geen onderdeel uit van de overeenkomst tussen partijen.
het meest praktisch zou zijn als [eiseres] die zou verwerpen zodat jij de handen vrij hebt met het huis en de legaten om dat fiscaal optimaal te stroomlijnen.”
e-mailcorrespondentie dat [gedaagde] onder druk is gezet om de overeenkomst aan te gaan. Er was bij [gedaagde] ten tijde van het sluiten van de overeenkomst dus geen sprake van een onjuiste voorstelling van zaken.