Uitspraak
Hoofdverblijfplaats, verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, alimentatie
Beschikking op het op 30 april 2025 ingekomen verzoek van:
[de man],
[de vrouw],
Procedure
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van 26 mei 2025 van de zijde van de man, met bijlagen;
- het verweerschrift tevens houdende zelfstandige verzoeken;
- het verweerschrift op zelfstandige verzoeken;
- het bericht van 24 september 2025 van de zijde van de man, met bijlagen;
- het F9-formulier van 16 april 2026 van de zijde van de man, met bijlagen;
- het F9-formulier van 1 mei 2026 van de zijde van de man, met bijlagen.
- de man met zijn advocaat;
- de vrouw met haar advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
- Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest van 1 december 2010 tot 17 september 2018.
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
Verzoek en verweer
- de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in haar levensonderhoud met ingang van 1 mei 2025 op nihil te stellen;
- de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2025 op nihil te stellen;
- te bepalen dat de minderjarigen voortaan hun hoofdverblijfplaats bij de man hebben en op zijn adres worden ingeschreven in de Basisregistratie Personen;
- te bepalen dat de in het ouderschapsplan opgenomen contactregeling per datum beschikking is komen te vervallen;
- primair het verzoek van de man met betrekking tot de hoofdverblijfplaats af te wijzen, subsidiair te bepalen dat [de minderjarige 1] de hoofdverblijfplaats bij de man zal hebben en [de minderjarige 2] bij de vrouw;
- indien de man niet meer in het buitenland werkt of zal gaan werken, te bepalen dat de minderjarigen ofwel een week bij de man zijn en een week bij de vrouw, ofwel: