Uitspraak
Hoofdverblijfplaats, omgang, en kinderalimentatie
Beschikking op het op 22 april 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
[de vader] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van 6 mei 2025 van de zijde van de moeder, met bijlage;
- het F9-formulier van 7 augustus 2025 van de zijde van de moeder;
- het F9-formulier van 14 oktober 2025 van de zijde van de moeder, met bijlage;
- het aanvullend/gewijzigd verzoekschrift;
- het verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek;
- het F9-formulier van 30 april 2026 van de zijde van de moeder, met bijlagen.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat en vergezeld door een tolk B. Karpinska;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat en vergezeld door een tolk M. Zagórska-Bibo;
- [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
Verzoek en verweer
- de kinderen hun hoofdverblijfplaats hebben bij de moeder;
- de vader het recht op omgang met de kinderen wordt ontzegd;
- de vader zal bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen met € 425,- per maand, bij vooruitbetaling aan de moeder, met ingang van datum indiening van het verzoekschrift;
Beoordeling
t de moederde vader belt en dat de vader tijdens het videocontact met de kinderen
geen contact zoektmet de moeder.
- de datum waarop de omstandigheden intreden die voor de onderhoudsverplichting bepalend zijn;
- de datum van indiening van het verzoekschrift;
- de datum van de beschikking.
Beslissing
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats] ,
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats] ,
- totdat de omgangsbegeleiding is gestart:iedere zaterdag tussen 14:00 uur en 16:00 uur videocontact hebben met elkaar voor een half uur, in aanwezigheid van de moeder (op de achtergrond), waarbij de moeder de vader belt;
- vanaf dat de omgangsbegeleiding is gestart:iedere zaterdag, en als dat niet mogelijk is op de woensdagmiddag of een in onderling overleg met de hulpverleningsinstantie nader te bepalen dag, voor twee uur bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie zijn voor begeleid contact, waarbij de verdere opbouw van de omgangsregeling aan de hulpverleningsinstantie wordt overgelaten met als uiteindelijk doel onbegeleid contact tussen de vader en de kinderen;