Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Lichter middel
Zicht op uitzetting
Detentieongeschiktheid
Ambtshalve toets
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, van Vietnamese nationaliteit, werd op 2 juni 2026 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De minister motiveerde dit met het risico dat eiseres zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou belemmeren. Eiseres stelde dat de maatregel niet nodig was en dat lichtere middelen, zoals een meldplicht, voldoende zouden zijn geweest.
De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende en feitelijk juiste gronden had aangevoerd voor de bewaring en dat het opleggen van een lichter middel niet effectief zou zijn geweest, gezien het uitblijven van vertrek ondanks eerdere afspraken met het IOM. Daarnaast was er volgens de rechtbank zicht op uitzetting naar Vietnam, mede omdat een laissez-passer was aangevraagd bij de Vietnamese autoriteiten.
Eiseres voerde ook gezondheidsproblemen aan als reden voor detentieongeschiktheid, maar kon dit onvoldoende onderbouwen met medische documenten. De rechtbank stelde vast dat de zorg in detentie gelijkwaardig is aan die in de vrije maatschappij en dat het uitstel van vertrek was opgeheven. De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.