ECLI:NL:RBDHA:2026:18868
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublin-procedure Polen
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Polen volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Verzoekster heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om de geplande overdracht aan Polen te voorkomen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting behandeld en het verzoek afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak, waardoor een voorlopige voorziening niet langer nodig is.
Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter W.B. Bruins in aanwezigheid van griffier H.B. Slot-Akkerman.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.