ECLI:NL:RBDHA:2026:18865

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
NL25.57200
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 20 VWEUECLI:EU:C:2017:354
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening bij bezwaar tegen afwijzing verblijfsvergunning verzorgende ouder

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning als verzorgende ouder van een minderjarig Nederlands kind op grond van artikel 20 VWEU Pro en het arrest Chavez-Vilchez van het Hof van Justitie van de Europese Unie. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 9 december 2024 afgewezen en is bij die afwijzing gebleven in het bezwaarbesluit van 23 oktober 2025.

Verzoeker heeft vervolgens beroep ingesteld en een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 23 april 2026 behandeld, waarbij zowel verzoeker als de gemachtigden van beide partijen aanwezig waren.

De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu de rechtbank bij uitspraak van 5 juni 2026 (zaaknummer NL25.57198) op het beroep heeft beslist, een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels op het beroep heeft beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.57200

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. F.W. Verweij),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. E.N. Spijkerman).

Procesverloop

1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning als verzorgende ouder van een minderjarig Nederlands kind op grond van artikel 20 van Pro het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en het arrest Chavez-Vilchez van 10 mei 2017 [1] van het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof).
2. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 9 december 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 23 oktober 2025 op het bezwaar van verzoeker is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
3. De minister heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
4. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 23 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

5. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.57198 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N.B. Tool, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 5 juni 2026
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.ECLI:EU:C:2017:354.