ECLI:NL:RBDHA:2026:18828
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na niet-tijdige beslissing minister verblijfsvergunning
Verzoekster diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning. Op 29 december 2025 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoekster haar beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelt dat de minister tegemoet is gekomen aan het beroep door alsnog te beslissen. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit Proceskosten bestuursrecht kan de rechtbank de minister veroordelen tot vergoeding van proceskosten.
Gezien de lichte aard van de zaak en het inschakelen van een professionele juridische hulpverlener, hanteert de rechtbank een wegingsfactor van 0,5 en kent een bedrag van € 467,- toe. De minister had verzocht om een lager bedrag wegens vermeend opvolgend beroep, maar dit werd niet gegrond bevonden.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier Y.M.C.W. Mutsaers op 15 april 2026 in Utrecht.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekster wegens niet-tijdige beslissing.