Eiser heeft een opvolgend beroep ingesteld omdat de minister van Asiel en Migratie niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank heeft eerder de minister opgedragen binnen twee weken een beslissing te nemen, maar deze heeft hieraan geen gevolg gegeven.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk ontvankelijk en gegrond is. Hoewel het dossier mogelijk nog niet compleet is, moet de minister binnen vier weken na deze uitspraak alsnog een besluit nemen. Bij overschrijding van deze termijn wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 233,50, rekening houdend met een wegingsfactor van 0,25 vanwege de beperkte omvang van het opvolgend beroep. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.