ECLI:NL:RBDHA:2026:18771
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing eenhoofdig gezag aan moeder wegens moeizame communicatie en contactgebrek vader
De moeder verzoekt de rechtbank om het gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te kennen. De ouders zijn sinds 2014 gescheiden en oefenen momenteel gezamenlijk gezag uit. De moeder stelt dat de omstandigheden zijn gewijzigd doordat er al langere tijd geen contact is tussen de vader en het kind en de communicatie tussen de ouders zeer moeizaam verloopt.
Tijdens de zitting erkent de vader het contactgebrek en geeft aan dat het voor hem lastig is om mee te beslissen over het kind zonder contact met zowel het kind als de moeder. Hij staat daarom achter het verzoek om het eenhoofdig gezag aan de moeder toe te kennen. De rechtbank constateert dat het contact tussen vader en kind de afgelopen twee jaar vrijwel ontbreekt en dat de moeizame communicatie leidt tot problemen bij het verkrijgen van toestemming voor belangrijke beslissingen, zoals vakanties en studiekeuze.
De rechtbank oordeelt dat het in het belang van het kind is om het gezamenlijk gezag te beëindigen en de moeder het eenhoofdig gezag toe te kennen, om te voorkomen dat het kind klem komt te zitten tussen de ouders. Tegelijkertijd benadrukt de rechtbank dat het beëindigen van het gezamenlijk gezag het contact tussen vader en kind niet in de weg staat en moedigt zij de vader aan om het contact te herstellen. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad gegeven.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van de moeder toe en kent haar het eenhoofdig gezag toe over het minderjarige kind.