ECLI:NL:RBDHA:2026:18747
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen
Eiser, een Palestijnse asielzoeker, diende op 4 december 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit het Eurodac-systeem bleek dat eiser eerder een asielaanvraag in Kroatië had ingediend, waardoor Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser betwistte dit en voerde aan dat hij in Kroatië onmenselijk behandeld was en vreest herhaling bij terugkeer. Hij verzocht om toepassing van de discretionaire bevoegdheid uit artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt binnen de EU en dat alleen bij aannemelijke systematische tekortkomingen in Kroatië kan worden afgeweken van de verantwoordelijke lidstaat.
De rechtbank vond dat eiser onvoldoende objectieve en verifieerbare informatie had geleverd om systematische tekortkomingen aan te tonen. Zijn eerdere ervaringen en verklaringen van andere vluchtelingen waren onvoldoende om het vertrouwensbeginsel te doorbreken. Ook is niet gebleken dat klagen bij Kroatische autoriteiten zinloos is. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft het besluit in stand dat Kroatië verantwoordelijk is voor de asielaanvraag.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard en de overdracht aan Kroatië blijft gehandhaafd.