ECLI:NL:RBDHA:2026:18704

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
8 juli 2026
Zaaknummer
K/4502/12132293
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • R.M. de Kort
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering betaling webwinkelbestelling wegens onvoldoende bewijs sluiting overeenkomst

Alektum Capital AG vordert betaling van het resterende bedrag van een bestelling bij Zalando, waarvan de vordering is gecedeerd aan Alektum. Gedaagde betwist de overeenkomst te hebben gesloten en stelt dat een huisgenote de bestelling heeft geplaatst.

De kantonrechter toetst ambtshalve de informatieverplichtingen en algemene voorwaarden, maar dit leidt niet tot afwijzing van de vordering. De kernvraag is echter of gedaagde de bestelling heeft geplaatst.

Alektum baseert haar vordering op het gebruik van een e-mailadres met de naam van gedaagde en het adres op de factuur dat overeenkomt met het adres van gedaagde. Gedaagde ontkent het e-mailadres te gebruiken en wijst op de huisgenote als besteller. Ook is onduidelijk van welk rekeningnummer de betaling is gedaan.

De kantonrechter oordeelt dat Alektum onvoldoende heeft onderbouwd dat gedaagde de overeenkomst is aangegaan en wijst daarom de vordering af. Alektum wordt veroordeeld in de proceskosten van € 50.

Uitkomst: De vordering tot betaling wordt afgewezen omdat niet is vastgesteld dat gedaagde de bestelling heeft geplaatst.

Uitspraak

RECHTBANKDEN HAAG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Den Haag
RK/b
Zaaknummer: 12132293 \ RL EXPL 26-5622
Vonnis van 7 juli 2026
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
ALEKTUM CAPITAL AG,
te Zug (Zwitserland),
eisende partij,
hierna te noemen: Alektum,
gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,
tegen
[gedaagde],
te 's-Gravenhage,
procederend in persoon,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde].

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het mondelinge verweer tijdens de rolzitting van 17 maart 2026
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de brief van de rechtbank van 29 juni 2026
1.2.
Op 12 juni 2026 stond een mondelinge behandeling gepland. [gedaagde] was aanwezig, Alektum niet. De kantonrechter heeft telefonisch contact met de gemachtigde van Alektum laten opnemen, waarop een vertegenwoordiger van de gemachtigde liet weten dat de zaak als ingetrokken moest worden beschouwd. De kantonrechter heeft daarom geen mondelinge behandeling laten plaatsvinden. Zij heeft [gedaagde] op de hoogte gesteld van de intrekking. Later ontving de kantonrechter bericht dat Alektum niet had bedoeld de zaak in te trekken, maar dat zij zich refereert aan het oordeel van de kantonrechter. De kantonrechter heeft, om onredelijke vertraging van de procedure te voorkomen, niet opnieuw een mondelinge behandeling bevolen.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1.
Zalando heeft een product verkocht en verzonden. Het product kostte € 89,99. Daarvan is € 25 aan Zalando betaald. De vordering voor het resterende bedrag heeft Zalando gecedeerd aan Alektum. Daarvan is mededeling gedaan aan [gedaagde].

3.Het geschil

3.1.
Alektum vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 64,99, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
Alektum legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] heeft met Zalando een overeenkomst gesloten voor de aankoop van een product. Op grond van die overeenkomst is [gedaagde] verplicht om de restant koopsom – na cessie – aan Alektum te betalen.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Alektum, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Alektum, met veroordeling van Alektum in de kosten van deze procedure.
3.4.
[gedaagde] voert aan dat hij de overeenkomst met Zalando niet heeft gesloten. Het e-mailadres dat is gebruikt is niet van hem. Zijn toenmalige huisgenote heeft de bestelling geplaatst en is verantwoordelijk voor de betaling.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Ambtshalve toetsing informatieverplichtingen en algemene voorwaarden
4.1.
[gedaagde] is een natuurlijke persoon en niet is gesteld of gebleken dat [gedaagde] handelt in de uitoefening van een bedrijf of beroep. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat [gedaagde] een consument is. Dat betekent dat ambtshalve moet worden getoetst of – kort gezegd – Zalando destijds aan de precontractuele en contractuele informatieplichten heeft voldaan, zich niet heeft schuldig gemaakt aan oneerlijke handelspraktijken en of sprake is van een bepaling uit de algemene voorwaarden die als onredelijk bezwarend kan worden aangemerkt. Aan de hand van het gestelde in de dagvaarding is de vordering getoetst aan de dwingende bepalingen van het Europees consumentenrecht. Deze toets leidt niet tot gehele of gedeeltelijke afwijzing van de vordering.
Onvoldoende gebleken dat [gedaagde] de overeenkomst heeft gesloten
4.2.
De kantonrechter kan niet vaststellen of de bestelling waarvan betaling wordt gevorderd door [gedaagde] is geplaatst. Daarom wijst de kantonrechter de vorderingen van Alektum af. De kantonrechter licht dit als volgt toe.
4.3.
Alektum vordert van [gedaagde] nakoming van een betalingsverplichting. Het is aan haar om te stellen en onderbouwen dat [gedaagde] degene is op wie de betalingsverplichting rust.
4.4.
Alektum heeft in dat kader aangevoerd dat het e-mailadres [e-mailadres] is gebruikt om de bestelling te plaatsen. [gedaagde] ontkent dat dat e-mailadres van hem is. De kantonrechter overweegt dat het e-mailadres weliswaar de voor- en achternaam van [gedaagde] bevat, maar dat iedereen die bekend is met die gegevens een dergelijk e-mailaccount kan aanmaken. Verder betoogt Alektum dat het adres op de factuur hetzelfde adres is waarop [gedaagde] op het moment van de bestelling ingeschreven stond in de Basisregistratie personen. Daarop reageert [gedaagde] dat hij destijds een huisgenote had die de bestelling heeft geplaatst.
4.5.
De kantonrechter merkt verder op dat een gedeelte van de koopsom is afbetaald, maar dat Alektum geen informatie heeft verschaft over de tenaamstelling van het rekeningnummer waarvan deze betaling is gedaan. Daarom komt geen gewicht toe aan de gedane betaling voor de beoordeling of op [gedaagde] een betalingsverplichting rust.
4.6.
Zonder nadere onderbouwing door Alektum zijn de aangevoerde omstandigheden onvoldoende om te concluderen dat [gedaagde] degene was die de overeenkomst heeft gesloten, waardoor [gedaagde] niet verplicht is tot betaling en de kantonrechter de vordering van Alektum afwijst.
Alektum moet de proceskosten betalen
4.7.
Alektum is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op € 50 aan verletkosten.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van Alektum af,
5.2.
veroordeelt Alektum in de proceskosten van € 50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Alektum niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. de Kort en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026.