ECLI:NL:RBDHA:2026:1869
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening na ongegrondverklaring asielberoep
Verzoeker, van Iraakse nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de minister van Asiel en Migratie op 21 oktober 2025 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Op 30 januari 2026 vond de zitting plaats waarbij de gemachtigden van beide partijen aanwezig waren, maar verzoeker zelf niet. De voorzieningenrechter sloot het onderzoek op die zitting.
Op 4 februari 2026 deed de rechtbank uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.51742) en verklaarde het beroep ongegrond, waardoor het bestreden besluit in stand bleef. Hierdoor was een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk, en werd het verzoek daartoe door de voorzieningenrechter afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard en het bestreden besluit in stand blijft.