Uitspraak
Rechtbank den haag
gemachtigde: mr. I. Atay,
1.de heer [gedaagde 1], handelend onder de naam [handelsnaam 1],
[gedaagde 2] B.V., t.h.o.d.n. [handelsnaam 2],
Rechtbank Den Haag
De eiser trad in 2022 in dienst bij de gedaagde werkgever als medewerker bediening. Na sluiting van de winkel stopte de loonbetaling, waarna eiser een loondoorbetalingsvordering instelde. De gedaagde stelde dat zij een uitkering voor eiser probeerden te regelen en dat geen rechtsgeldige beëindiging van het dienstverband had plaatsgevonden.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig was beëindigd en dat de loonbetalingsverplichting doorloopt. De vordering tot betaling van achterstallig loon, wettelijke verhoging en rente werd daarom toegewezen. Tevens werd de gedaagde veroordeeld tot het verstrekken van de wettelijk verplichte loonspecificaties en betaling van buitengerechtelijke incassokosten.
De kantonrechter matigde de wettelijke verhoging tot 10% vanwege sluiting van de winkel. De proceskosten werden aan de zijde van eiser vastgesteld en de veroordelingen werden uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De uitspraak werd mondeling gedaan op 19 juni 2026.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, wettelijke verhoging, rente, verstrekking loonspecificaties en incassokosten.