ECLI:NL:RBDHA:2026:18587
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening wegens onbevoegde gemachtigde in asielzaak
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen. Tegen dit besluit is beroep ingesteld door een gemachtigde van verzoeker. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening samen met het beroep op 24 juni 2026.
Tijdens de procedure werd vastgesteld dat de gestelde gemachtigde niet bevoegd was om het beroep in te stellen. Hierdoor was deze ook niet bevoegd om het verzoek om voorlopige voorziening namens verzoeker in te dienen. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek heropend om aanvullende vragen over de volmacht te stellen, waarop beide partijen hebben gereageerd.
Uiteindelijk heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek niet inhoudelijk beoordeeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens onbevoegde gemachtigde.