ECLI:NL:RBDHA:2026:1858

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
4 februari 2026
Zaaknummer
NL25.49588
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak na niet-ontvankelijkverklaring aanvraag

Verzoeker heeft een opvolgende aanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 9 oktober 2025 niet-ontvankelijk is verklaard. Hiertegen is beroep ingesteld en tegelijkertijd is een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 27 januari 2026 behandeld. Tijdens de zitting waren de gemachtigden van verzoeker en minister aanwezig. Na sluiting van het onderzoek heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het hoofdberoep.

Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het hoofdberoep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.49588

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker,V-nummer: [v-nummer],

(gemachtigde: mr. H.A. Jeuring),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. G.W. Wezelman).

Procesverloop

1. Bij besluit van 9 oktober 2025 heeft de minister de opvolgende aanvraag van verzoeker niet-ontvankelijk verklaard.
1.1
Verzoeker heeft tegen het besluit beroep ingesteld. [1] Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep, op 27 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister. Het onderzoek ter zitting is gesloten.

Overwegingen

2.
Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Het beroep is geregistreerd onder zaaknummer NL25.49587.