ECLI:NL:RBDHA:2026:18548
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen bewaringsmaatregel
Verzoeker heeft de rechtbank verzocht om de minister van Asiel en Migratie te veroordelen tot vergoeding van proceskosten na intrekking van zijn beroep tegen een bewaringsmaatregel van 25 juni 2026. De intrekking volgde nadat de minister de maatregel op 1 juli 2026 had opgeheven en een schadevergoeding had aangeboden.
De rechtbank behandelde het beroep op 3 juli 2026, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. De rechtbank overwoog dat een proceskostenveroordeling alleen mogelijk is indien het beroep is ingetrokken vanwege (gedeeltelijke) tegemoetkoming door het bestuursorgaan en indien de verzoeker proceshandelingen heeft verricht die in aanmerking komen voor vergoeding.
Omdat de bewaringsmaatregel was voorgelegd via een kennisgeving en niet door een beroep van verzoeker, en omdat verzoeker geen gronden had ingediend, concludeerde de rechtbank dat er geen proceshandelingen waren verricht die vergoeding rechtvaardigen. Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen bewaringsmaatregel wordt afgewezen wegens ontbreken van proceshandelingen.