ECLI:NL:RBDHA:2026:18536
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning onbepaalde tijd
Verzoeker, van Azerbeidzjaanse nationaliteit, kreeg bij besluit van 20 januari 2026 zijn verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd met terugwerkende kracht ingetrokken vanaf 26 december 2016. Tevens werd een terugkeerbesluit en een inreisverbod van tien jaar opgelegd en werd verzoeker voor tien jaar in het Schengen Informatiesysteem gesignaleerd.
Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen die de rechtsgevolgen van het bestreden besluit opschort en hem toestaat het bezwaar in Nederland af te wachten. De minister verzette zich niet tegen dit verzoek.
De voorzieningenrechter oordeelde dat aan de voorwaarden voor het treffen van een voorlopige voorziening was voldaan en wees het verzoek toe. De rechtsgevolgen van het bestreden besluit worden opgeschort en verzoeker mag niet worden uitgezet totdat op het bezwaar is beslist. Tevens werd de minister veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de rechtsgevolgen van de intrekking verblijfsvergunning worden opgeschort totdat op het bezwaar is beslist.