ECLI:NL:RBDHA:2026:18500
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht asielzoeker op grond van Dublinverordening
Verzoeker heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van 21 mei 2026 waarin zijn beroep tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag kennelijk ongegrond werd verklaard. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om zijn overdracht aan Duitsland op grond van de Dublinverordening op te schorten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat onverwijlde spoed aanwezig is vanwege de naderende uiterste overdrachtsdatum, maar dat het belang van verzoeker om mondeling gehoord te worden en daarbij aanwezig te zijn bij de behandeling van zijn verzetschrift zwaarder weegt dan het belang van de overheid om hem eerder over te dragen. Bovendien wordt door opschorting de overdrachtsdatum gestuit, waardoor dit geen nadelig effect heeft op de overdracht.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en bepaalt dat verzoeker niet mag worden overgedragen voordat op zijn verzetschrift is beslist. Er worden geen proceskosten toegekend. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De overdracht van verzoeker aan Duitsland wordt geschorst totdat op het verzetschrift is beslist.