Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
enopzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid hasjiesj, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;
hij op 22 juni 2024 te Leiden opzettelijk BMK (ongeveer 25 liter), een stof die op grond van artikel 4a, tweede lid, van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën is aangewezen voorhanden heeft gehad;
hij op 25 september 2024 te Leiden, opzettelijk aanwezig heeft gehad, 8789 gram cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
hij in de periode van 27 juli 2024 tot en met 28 juli 2024, te Leiden en Berkel en Rodenrijs, tezamen en in vereniging met een ander, een geldbedrag van 178.570,-, voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, en zijn mededader wisten dat dat voorwerp- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De inbeslaggenomen voorwerpen
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
38(
achtendertig) MAANDEN;
gebleven personen in of omstreeks de periode van 5 juni 2024 tot en met 6 juni 2024 te Leiden, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid hasjiesj,
zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel
aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 5 juni 2024 tot en met 6 juni 2024 te Leiden, althans in Nederland medeplichtig is geweest door het opzettelijk
verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen en/of door opzettelijk behulpzaam te zijn, welke medeplichtigheid (onder meer) hieruit heeft bestaan dat hij, verdachte:
- als bestuurder van een auto (met een verborgen ruimte) heeft opgetreden om [medeverdachte 3] en/of
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 4] op te halen en/of te vervoeren en/of te begeleiden naar de woning van die [medeverdachte 5] en/of
- (vervolgens) in een auto (in de omgeving van de woning) met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 4] op die [medeverdachte 3] is blijven wachten en/of – nadat de ripdeal gepleegd was – deze [medeverdachte 3] met de door hem bestuurde auto weer mee (terug) heeft genomen en/of is meegereden weg van de plaats delict;
hij op of omstreeks 22 juni 2024 te Leiden opzettelijk BMK (ongeveer 25 liter), een stof die op grond van artikel 4a, tweede lid, van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën is aangewezen heeft ingevoerd, uitgevoerd, vervoerd en/of voorhanden heeft gehad;
art 4a WVMC jo art 6 WED Pro;
hij op of omstreeks 25 september 2024 te Leiden, althans in Nederland opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 8789 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij in of omstreeks de periode van 27 juli 2024 tot en met 28 juli 2024, te Leiden en/of Berkel en Rodenrijs, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen (van) een of meer geldbedrag(en) ten bedrage van 178.570,-, althans een of meer voorwerpen
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of
- gebruik heeft gemaakt
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf.