ECLI:NL:RBDHA:2026:18475

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 juli 2026
Publicatiedatum
6 juli 2026
Zaaknummer
NL25.56714
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing beroep wegens niet-tijdig beslissen op asielaanvraag met proceskostenvergoeding

Verzoeker heeft op 19 november 2025 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 25 maart 2024. Tijdens de procedure heeft de minister van Asiel en Migratie op 20 juni 2026 alsnog een besluit genomen op de aanvraag. Hierdoor heeft verweerder gedeeltelijk aan verzoeker tegemoetgekomen, waarna verzoeker het beroep heeft ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld en op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak gedaan. De rechtbank overweegt dat de veroordeling in proceskosten geregeld is in artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Omdat verweerder niet tijdig heeft beslist en alsnog een besluit heeft genomen, is sprake van tegemoetkoming aan verzoeker.

De rechtbank acht het verzoek tot proceskostenvergoeding kennelijk gegrond en veroordeelt verweerder tot betaling van €467 aan verzoeker. Dit bedrag is vastgesteld op basis van een puntensysteem voor rechtsbijstand, waarbij een wegingsfactor van 0,5 is toegepast vanwege de beperkte aard van het beroep, dat alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep toe wegens niet-tijdig beslissen en veroordeelt de minister tot betaling van €467 aan proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.56714

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker,

V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. K. Yousef),
en
de minister van Asiel en Migratie, [1] verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 19 november 2025 opnieuw beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 25 maart 2024.
Op 20 juni 2026 heeft verweerder een besluit genomen op de aanvraag.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [2] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb.3 Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van verzoeker heeft besloten en alsnog een besluit heeft genomen op deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen, is verweerder geheel of gedeeltelijk aan verzoeker tegemoetgekomen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op
€ 467 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 467 (vierhonderdzevenenzestig euro).
Deze uitspraak is gedaan op 2 juli 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van M. Strik, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin
u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit
verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet
deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten,
kunt u dit in uw verzetschrift vermelden

Voetnoten

1.Voorheen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
2.Algemen wet bestuursrecht.