Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft op 19 november 2025 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 25 maart 2024. Tijdens de procedure heeft de minister van Asiel en Migratie op 20 juni 2026 alsnog een besluit genomen op de aanvraag. Hierdoor heeft verweerder gedeeltelijk aan verzoeker tegemoetgekomen, waarna verzoeker het beroep heeft ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld en op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak gedaan. De rechtbank overweegt dat de veroordeling in proceskosten geregeld is in artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Omdat verweerder niet tijdig heeft beslist en alsnog een besluit heeft genomen, is sprake van tegemoetkoming aan verzoeker.
De rechtbank acht het verzoek tot proceskostenvergoeding kennelijk gegrond en veroordeelt verweerder tot betaling van €467 aan verzoeker. Dit bedrag is vastgesteld op basis van een puntensysteem voor rechtsbijstand, waarbij een wegingsfactor van 0,5 is toegepast vanwege de beperkte aard van het beroep, dat alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep toe wegens niet-tijdig beslissen en veroordeelt de minister tot betaling van €467 aan proceskosten.