ECLI:NL:RBDHA:2026:18472
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure op grond van Dublinverordening
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat België volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting behandeld en geoordeeld dat nu de hoofdzaak is behandeld in een andere procedure (zaaknummer NL26.32656), een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom is het verzoek afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 2 juli 2026 door de voorzieningenrechter M.L. Weerkamp en is definitief, hoger beroep of verzet is niet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is afgewezen.