ECLI:NL:RBDHA:2026:18417

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
6 juli 2026
Zaaknummer
C/09/701792 / FA RK 26-2780
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervangende toestemming voor vakantie naar Spanje met minderjarige

Partijen, voormalig geregistreerd partnerschap en gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind, zijn het niet eens over toestemming voor een vakantie naar Spanje. De vader verzoekt vervangende toestemming voor een vakantie in de eerste drie weken van de zomervakantie 2026, nadat de oorspronkelijke plannen niet doorgingen vanwege volgeboekt hotel.

De moeder onthoudt haar toestemming uit gebrek aan vertrouwen dat de vader correcte reisgegevens zal delen, wat in het verleden misging. De rechtbank oordeelt dat het belang van het kind gediend is met de vakantie en verleent vervangende toestemming onder de voorwaarde dat de vader uiterlijk drie weken voor vertrek de moeder schriftelijk informeert over de reisgegevens.

De vader verzoekt tevens om een proceskostenveroordeling tegen de moeder. De rechtbank wijst dit af, omdat in procedures tussen ex-partners terughoudendheid geldt en er geen sprake is van onredelijk gedrag dat nodeloze kosten veroorzaakte. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt.

De rechtbank benadrukt dat het wederzijds weigeren van toestemming schadelijk is voor het kind en waarschuwt dat bij toekomstige onredelijke weigeringen een proceskostenveroordeling kan volgen.

Uitkomst: De vader krijgt vervangende toestemming om met het minderjarige kind naar Spanje te reizen en het verzoek tot proceskostenveroordeling wordt afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-2780
Zaaknummer: C/09/701792
Datum beschikking: 5 juni 2026

Vervangende toestemming vakantie en proceskosten

Beschikking op het op 20 maart 2026 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N. van Amsterdam in Leiden.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van 30 maart 2026, met bijlagen, van de vader.
Op 8 mei 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader, bijgestaan door zijn advocaat, en de moeder.

Feiten

  • Partijen hebben een geregistreerd partnerschap met elkaar gehad van [dag 1] 2018 tot [dag 2] 2025.
  • Zij zijn de ouders van het minderjarige kind: [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] .
  • De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 27 januari 2025 is het geregistreerd partnerschap tussen partijen ontbonden. Tevens is bepaald dat de vaststellingsovereenkomst tussen partijen deel uitmaakt van de beschikking. Hierin is de volgende zorgregeling vastgelegd:
  • [minderjarige] verblijft van maandag uit school tot woensdag naar school bij de vader en woensdag uit school tot vrijdag 18:00 uur verblijft zij bij de moeder;
  • [minderjarige] verblijft van vrijdag tot maandag naar school in de even weken bij de moeder en in de oneven weken vanaf vrijdag 18.00 uur bij de vader;
  • [minderjarige] verblijft in de zomervakantie in de oneven jaren de eerste drie weken bij de vader en de laatste drie weken bij de moeder, en in de even jaren is dat andersom;
  • [minderjarige] verblijft altijd eerste kerstdag bij de moeder en tweede kerstdag bij de vader en in de overige vakanties/feestdagen verblijft [minderjarige] bij de ouder bij wie zij volgens de reguliere zorgregeling verblijft, tenzij ouders anders afspreken.
Tevens zijn de ouders doorverwezen naar een traject Ouderschapsbemiddeling.
Verzoek en verweer
De vader verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
  • de vader vervangende toestemming te verlenen – die de toestemming van de moeder vervangt – voor het reizen naar [adres] (Spanje) van 29 juli 2026 tot en met 5 augustus 2026, dan wel een paar dagen eerder of later, afhankelijk van de beschikbare tickets;
  • de vader vervangende toestemming te verlenen – die de toestemming van de moeder vervangt – voor het reizen naar Spanje in de periode van 29 juli 2026 tot en met 5 augustus 2026, dan wel een paar dagen eerder of later, afhankelijk van de beschikbare tickets;
  • de vrouw te veroordelen in de kosten van dit geding, te vermeerderen met wettelijke rente en eventuele nakosten.
De moeder heeft mondeling verweer gevoerd.

Beoordeling

Vervangende toestemming vakantie
Ter zitting heeft de vader aangevoerd dat zijn oorspronkelijke vakantieplannen naar het [adres] van 29 juli tot 5 augustus 2026 niet kunnen doorgaan, omdat het hotel inmiddels volgeboekt is. Hij verzoekt daarom nu om vervangende toestemming om in één van de eerste drie weken van de zomervakantie van 2026 acht dagen met [minderjarige] op vakantie te mogen gaan naar Spanje.
De moeder heeft in principe geen bezwaar tegen een vakantie van de vader met [minderjarige] naar Spanje. De reden dat zij haar toestemming voor de vakantie onthoudt, is omdat zij er niet op vertrouwt dat de vader haar de correcte reisgegevens zal toesturen, terwijl dit voor haar wel belang is. In het verleden is dit reeds een keer misgegaan.
De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] om met haar vader op vakantie (naar Spanje) te kunnen gaan. Daarom zal zij de vader vervangende toestemming verlenen om in de eerste drie weken van de zomervakantie 2026 acht dagen met [minderjarige] naar Spanje op vakantie te gaan. Zodra de vader de vakantie heeft geboekt, doch uiterlijk drie weken voor vertrek, dient hij de correcte reisgegevens met de moeder te delen.
Proceskostenveroordeling
In verzoekschriftprocedures tussen ex-partners wordt terughoudend omgegaan met een proceskostenveroordeling om te voorkomen dat de relatie tussen partijen verder wordt belast. Als hoofdregel geldt dan ook dat de proceskosten doorgaans worden gecompenseerd, in die zin dat iedere ouder zijn of haar eigen proceskosten draagt. Slechts in uitzonderlijke gevallen wordt van deze hoofdregel afgeweken, bijvoorbeeld indien kosten zijn ontstaan door een onredelijke houding van de wederpartij. Deze nodeloze kosten kunnen dan ten laste worden gebracht van de partij die deze heeft veroorzaakt.
In onderhavig geval ziet de rechtbank geen aanleiding om de moeder te veroordelen in de proceskosten. Ter zitting is naar voren gekomen dat de ouders vaker conflicten hebben gehad over vakanties, waarbij de vader zelf ook zijn toestemming aan de moeder heeft onthouden zonder een voor de rechtbank te volgen reden. Dat de vakantie duurder is geworden door het uitblijven van toestemming, is voor de rechtbank geen reden om een proceskostenveroordeling uit te spreken. Een proceskostenveroordeling dient immers om de proceskosten van een andere partij te compenseren en is geen schadevergoeding voor eventuele vertragingsschade.
Daar komt bij dat partijen nog langere tijd met elkaar verder moeten als ouders. De rechtbank vindt het zorgelijk dat het conflict tussen partijen zich uitstrekt tot het over en weer weigeren van toestemming om op vakantie te gaan. Het is ook tekenend dat partijen het tijdens de mondelinge behandeling zelfs niet eens waren over welk hulptraject zij precies hadden ingezet en hoever zij daarin waren. Een proceskostenveroordeling zal, zo vreest de rechtbank, het conflict alleen maar verdiepen. En dat is niet in het belang van [minderjarige] .
Het verzoek van de vader tot een proceskostenveroordeling zal worden afgewezen. De proceskosten zullen worden gecompenseerd als hierna vermeld.
De rechtbank wijst partijen er wel op dat indien zij (elkaar) zonder goede redenen toestemming blijven weigeren voor vakanties, zij de volgende keer een proceskostenveroordeling kan opleggen.

Beslissing

De rechtbank:
verleent toestemming aan de vader – welke toestemming die van de moeder vervangt – om met de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] , gedurende acht dagen in één van de eerste drie weken van de zomervakantie van 2026 naar Spanje op vakantie te gaan;
bepaalt dat de vader – in ieder geval drie weken voorafgaand aan voornoemde vakantie – de moeder schriftelijk op de hoogte zal stellen van het verblijfsadres of de verblijfadressen en de vlieg-, bus- en/of treingegevens van de heen- en terugreis van de vakantie;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Boot, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.A.L. Niemantsverdriet als griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 5 juni 2026.