ECLI:NL:RBDHA:2026:1836
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens verantwoordelijkheid Zwitserland
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 9 januari 2025 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling. Verzoeker vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat op dezelfde dag als deze uitspraak, in een andere zaak (NL26.1590), de rechtbank uitspraak heeft gedaan over het beroep. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt de uitspraak zonder zitting gedaan. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, en is openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan over het beroep.