ECLI:NL:RBDHA:2026:1836

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 februari 2026
Publicatiedatum
4 februari 2026
Zaaknummer
NL26.1591
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens verantwoordelijkheid Zwitserland

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 9 januari 2025 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling. Verzoeker vroeg tevens om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter overweegt dat op dezelfde dag als deze uitspraak, in een andere zaak (NL26.1590), de rechtbank uitspraak heeft gedaan over het beroep. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.

Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt de uitspraak zonder zitting gedaan. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, en is openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan over het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.1591

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. H.E. Visscher),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

Procesverloop

Bij besluit van 9 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van niet in behandeling genomen op de grond dat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.1590, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 3 februari 2026 door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.