ECLI:NL:RBDHA:2026:1835

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 februari 2026
Publicatiedatum
4 februari 2026
Zaaknummer
NL26.1590
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 VwArt. 17 DublinverordeningVerordening (EU) nr. 604/2013Richtlijn 2013/33/EUArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en medische omstandigheden

Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende persoon geboren in 2005, heeft op 22 oktober 2025 asiel aangevraagd in Nederland. Verweerder heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Zwitserland op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling, wat door Eurodac-gegevens wordt bevestigd.

Eiser betoogt dat hij medische hulp nodig heeft die in Zwitserland onvoldoende is gebleken en beroept zich op artikel 17 van Pro de Dublinverordening vanwege onevenredige hardheid. De rechtbank stelt vast dat Zwitserland gebonden is aan de Opvangrichtlijn en een vergelijkbaar medisch zorgniveau kent. Eiser heeft zelf verklaard dat hij in Zwitserland behandeling heeft ontvangen en deze op eigen verzoek niet heeft voortgezet.

De rechtbank oordeelt dat de omstandigheden van eiser geen bijzondere individuele omstandigheden vormen die overdracht aan Zwitserland onredelijk maken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat Zwitserland verantwoordelijk is en medische omstandigheden geen overdracht verhinderen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.1590

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. H.E. Visscher),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 9 januari 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 2005 en de Algerijnse nationaliteit te hebben. Eiser heeft op 22 oktober 2025 asiel aangevraagd in Nederland
2. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vw. [2] In dit artikel is bepaald dat een asielaanvraag niet in behandeling wordt genomen indien op grond van Dublinverordening [3] is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Uit Eurodac is gebleken dat eiser op 3 januari 2024 in Zwitserland een verzoek tot internationale bescherming heeft ingediend. Verweerder heeft op 26 november 2025 een terugnameverzoek gestuurd naar de Zwitserse autoriteiten. Deze hebben op 27 november 2025 bericht dat zij akkoord zijn met terugname van eiser.
3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Eiser heeft medische hulp nodig en in Zwitserland is deze medische hulp onvoldoende gebleken. Eiser doet een beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Hij heeft al veel meegemaakt, zoals de vlucht uit zijn land van herkomst en de slechte behandeling in Zwitserland. Overdracht aan Zwitserland getuigt daarom van onevenredige hardheid. Het bestreden besluit is volgens eiser onvoldoende zorgvuldig voorbereid en gemotiveerd.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Niet in geschil is dat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser.
5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende gemotiveerd heeft dat er geen aanleiding is om de asielaanvraag van eiser op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening onverplicht aan zich te trekken. De door eiser gestelde omstandigheden zijn geen bijzondere individuele omstandigheden die maken dat overdracht aan Zwitserland van onevenredige hardheid getuigt. Immers Zwitserland is gebonden aan de Opvangrichtlijn [4] , waarin is vastgelegd dat asielzoekers in aanmerking komen voor medische noodzakelijke zorg. Zwitserland kent een vergelijkbaar niveau van medische zorg als Nederland. Eiser heeft bovendien verklaard dat hij in Zwitserland behandeling heeft gekregen en dat deze behandeling op eigen verzoek niet is voortgezet. Eiser heeft niet onderbouwd dat hij voor medische behandeling gebonden is aan Nederland. Voor wat betreft eisers gestelde slechte behandeling in Zwitserland geldt in het algemeen dat hij in Zwitserland dient te klagen bij de daartoe bevoegde autoriteiten. Niet gebleken is dat eiser dat heeft gedaan of voor hem niet mogelijk is.
6. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser terecht niet in behandeling genomen. Het beroep is ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is op 3 februari 2026 gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt op www.rechtspraak.nl
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Vreemdelingenwet 2000.
3.Verordening (EU) nr. 604/2013.
4.Richtlijn 2013/33/EU.