ECLI:NL:RBDHA:2026:18324

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 juni 2026
Publicatiedatum
5 juli 2026
Zaaknummer
C/09/699989 / FA RK 26-1742
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 822 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorzieningen omtrent ouderlijk gezag, kinderalimentatie en gebruik personenauto's na echtscheidingsverzoek

Partijen, gehuwd sinds 2019 en ouders van twee minderjarige kinderen, hebben een verzoek tot echtscheiding ingediend. Naar aanleiding hiervan hebben zij overeenstemming bereikt over de voorlopige toewijzing van de kinderen, kinderalimentatie en het gebruik van twee personenauto's.

De rechtbank heeft op 4 juni 2026 de gemaakte afspraken bekrachtigd en opgenomen in een beschikking. De man is verplicht om vanaf 1 mei 2026 een kinderalimentatie van €326 per maand per kind aan de vrouw te betalen. Tevens zijn afspraken gemaakt over het gebruik en de kosten van de personenauto's Skoda Fabia en Suzuki, waarbij de auto’s uiterlijk 7 juni 2026 met sleutels aan de wederpartij ter beschikking moeten worden gesteld.

De rechtbank verklaart partijen niet-ontvankelijk in hun verzoek tot verdeling van de kosten van de auto’s, omdat dit verzoek niet onder de wettelijke grondslag valt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de minderjarigen worden aan de vrouw toevertrouwd.

Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorzieningen toe betreffende de toewijzing van de kinderen, kinderalimentatie en het gebruik van de personenauto's, en verklaart het verzoek tot kostenverdeling niet-ontvankelijk.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-1742
Zaaknummer: C/09/699989
Datum beschikking: 4 juni 2026

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 20 februari 2026 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.G. Weitkamp te Gouda.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.B. Peters te Zoetermeer.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van 8 mei 2026 van de zijde van de man, met bijlagen;
  • het verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek;
  • het F9-formulier van 18 mei 2026 van de zijde van de vrouw, met bijlage;
  • het F9-formulier van 20 mei 2026 van de zijde van de vrouw, met bijlagen;
  • het F9-formulier van 20 mei 2026 van de zijde van de man.
Gelet op de door partijen bereikte overeenstemming heeft de mondelinge behandeling op de zitting van 21 mei 2026 geen doorgang gevonden.
De minderjarige [de minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld haar mening kenbaar te maken, maar heeft hier geen gebruik van gemaakt.

Feiten

  • Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2019 te [plaats] .
  • Zij zijn de ouders van de volgende minderjarigen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats] ,
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats] .
  • De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de kinderen.
  • De vrouw heeft op 18 november 2025 een verzoek tot echtscheiding bij de rechtbank ingediend, dat onder zaak- en rekestnummer C/09/694879 / FA RK 25-8753 in behandeling is.

Verzoek en verweer

De man en de vrouw verzoeken om de door partijen gemaakte afspraken op te nemen in een beschikking. Daarbij hebben zij hun andersluidende verzoeken, zo begrijpt de rechtbank, ingetrokken.

Beoordeling

Partijen hebben voorafgaand aan de mondelinge behandeling overeenstemming bereikt over de toevertrouwing van de kinderen en de voorlopige kinderalimentatie. Zij verzoeken om deze gemaakte afspraken op te nemen in een beschikking. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen, omdat niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich tegen de toewijzing hiervan verzet.
Daarnaast hebben partijen overeenstemming bereikt over het gebruik van de personenauto’s Skoda Fabia en Suzuki en de kosten hiervan. Zij verzoeken het volgende op te nemen in de beschikking:
de man te bevelen dat hij uiterlijk op 24 mei 2026 de personenauto Skoda Fabia, met de daarbij behorende sleutels, ter beschikking zal stellen aan de vrouw;
de vrouw te bevelen dat zij uiterlijk op 24 mei 2026 de personenauto Suzuki, met de daarbij behorende sleutels, ter beschikking zal stellen aan de man;
te bepalen dat de vrouw het verschil tussen de premie autoverzekering en het verschil tussen de wegenbelasting van de Skoda en de Suzuki aan de man zal vergoeden gedurende de gebruiksperiode vanaf 24 mei 2026 en waarbij partijen over en weer inzage zullen geven in de betreffende kosten.
De rechtbank kan de verzoeken onder punten 1 en 2 niet als verzocht toewijzen, omdat deze beschikking is afgegeven op 4 juni 2026 en daarmee na [geboortedatum 1] 2026. De rechtbank gaat er vanuit dat partijen inmiddels – uiterlijk op [geboortedatum 1] 2026 – over en weer de auto’s en sleutels ter beschikking aan de ander hebben gesteld. Voor het geval dat niet is gebeurd, zal de rechtbank alsnog de verzoeken onder punt 1 en 2 als op de wet gegrond toewijzen met dien verstande dat de auto’s met sleutels over en weer ter beschikking moeten worden gesteld uiterlijk op 7 juni 2026. De rechtbank overweegt verder dat het verzoek onder punt 3 niet valt onder de limitatieve opsomming van artikel 822 van Pro het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De rechtbank zal partijen daarom niet-ontvankelijk verklaren in dit verzoek. De rechtbank gaat er wel van uit dat partijen zich aan deze afspraak zullen houden.

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt dat de minderjarigen:
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats] ,
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats] ,
aan de vrouw zullen worden toevertrouwd;
*
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van 1 mei 2026,
voorlopigeen kinderalimentatie ten behoeve van voornoemde minderjarigen van € 326,- per maand per kind zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
beveelt dat de man aan de vrouw uiterlijk op 7 juni 2026 de personenauto Skoda Fabia, met de daarbij behorende sleutels, ter beschikking zal stellen;
*
beveelt dat de vrouw aan de man uiterlijk op 7 juni 2026 de personenauto Suzuki, met de daarbij behorende sleutels, ter beschikking zal stellen;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
verklaart partijen niet-ontvankelijk in hun verzoek omtrent het verdelen van de kosten van de personenauto’s Skoda Fabia en Suzuki.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 4 juni 2026.