ECLI:NL:RBDHA:2026:18255
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen beëindiging Landelijke Vreemdelingenvoorziening in Utrecht
De zaak betreft het bezwaar van eiser tegen het besluit van de minister om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren wegens het ontbreken van procesbelang. Dit bezwaar richt zich tegen de beëindiging van de Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV) in de gemeente Utrecht, die opvang en begeleiding bood aan vreemdelingen die illegaal in Nederland verbleven.
De minister stelde dat eiser geen procesbelang meer had omdat hij geen gebruik meer maakt van de LVV-opvang, maar opvang ontvangt via het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) in het kader van een lopende beroepsprocedure tegen de afwijzing van zijn herhaalde asielaanvraag. De rechtbank oordeelt dat dit standpunt terecht is, omdat het doel van het bezwaar niet meer van feitelijke betekenis is voor eiser.
Daarnaast wees de rechtbank het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de termijn van twee jaar nog niet was overschreden en er geen onderbouwing van schade was gegeven. De rechtbank verklaart het beroep kennelijk ongegrond en wijst het verzoek om griffierechtvrijstelling toe.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de beëindiging van de LVV is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.