ECLI:NL:RBDHA:2026:18253

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
C/09/701639 / KG RK 26-503
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:264 BWArt. 3:267 BWArt. 556 lid 1 RvArt. 557 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming voor inbezitneming en ontruiming woning op grond van beheers- en ontruimingsbeding in hypotheekakte

De Bank heeft de hypotheek op een woning opgezegd vanwege niet-nakoming van betalingsverplichtingen door de hypotheekgevers. De Bank verzoekt de voorzieningenrechter om machtiging om de woning in beheer te nemen en te ontruimen op grond van het beheers- en ontruimingsbeding in de hypotheekakte.

De hypotheekgevers erkennen hun betalingsachterstand, maar hebben toegezegd mee te werken aan een inpandige taxatie en bezichtigingen. De Bank wil echter niet afhankelijk zijn van deze toezeggingen en verzoekt daarom om voorwaardelijke machtiging.

De rechtbank weegt het recht van de eigenaar af tegen het belang van de Bank bij een hoge executieopbrengst. De machtiging wordt voorwaardelijk verleend, waarbij de Bank de beschikking alleen mag gebruiken als de hypotheekgevers niet of onvoldoende meewerken aan het executietraject. De machtiging om de woning met behulp van de sterke arm in bezit te nemen wordt afgewezen omdat deze bevoegdheid al uit de wet voortvloeit.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en bepaalt dat de hypotheekgevers en anderen die geen huurder zijn de woning binnen drie dagen moeten ontruimen na betekening, tenzij zij meewerken aan het executietraject. De Bank krijgt hiermee zekerheid over het verloop van de executie, terwijl de hypotheekgevers de kans krijgen de gedwongen verkoop te voorkomen.

Uitkomst: De rechtbank verleent de bank voorwaardelijke machtiging om de woning in beheer te nemen en te ontruimen indien de hypotheekgevers niet meewerken aan het executietraject.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
zaaknummer / rekestnummer: C/09/701639 / KG RK 26-503
Beschikking van 5 juni 2026
in de zaak van
ABN AMRO BANK N.V.te Amsterdam,
verzoekster,
hierna te noemen: de Bank,
advocaat: mr. E.E.W. Danen,
tegen

1.[verweerder] te [woonplaats],2. [verweerster] te [woonplaats],

verweerders,
hierna samen te noemen: [verweerders] c.s.,
in persoon verschenen,
en
EENIEDER, VOOR ZOVER GEEN HUURDER ALS BEDOELD IN ARTIKEL 3:264 LID 4 EN Pro 8 BW, DIE ZICH BEVINDT IN HET PAND TE [plaats], AAN HET [adres],
belanghebbenden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het op 18 maart 2026 ontvangen verzoekschrift, met producties 1 tot en met 9;
  • de op 3 mei 202 gedateerde brief van [verweerders] c.s.
1.2.
Op 28 mei 2026 is de zaak besproken tijdens een mondelinge behandeling.
1.3.
De beschikking is bepaald op 11 juni 2026 en wordt bij vervroeging vandaag uitgesproken.

2.De feiten

2.1.
[verweerders] c.s. zijn de eigenaar van de woning aan het adres [adres] te [plaats] (hierna: de woning). [verweerders] c.s. hebben een overeenkomst van hypothecaire geldlening gesloten met de Bank.
2.2.
Bij notariële akte van 4 augustus 2011 (hierna: de hypotheekakte) is door [verweerders] c.s. aan de Bank het recht van eerste hypotheek verleend op de woning. In de hypotheekakte zijn onder meer een beheersbeding en een ontruimingsbeding opgenomen.
2.3.
Bij brief van 12 december 2025 heeft de Bank de hypothecaire geldlening opgezegd en het uitstaande saldo opgeëist omdat [verweerders] c.s. hun betalingsverplichting niet (volledig) nakwamen. [verweerders] c.s. hebben vervolgens het opgeëiste saldo niet binnen de door de Bank gestelde termijn betaald.
2.4.
Bij exploot van 3 maart 2026 heeft de Bank de executie aangezegd aan [verweerders] c.s. De openbare verkoop van de woning staat gepland op de veiling van 2 juli 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De Bank verzoekt, na wijziging van verzoek tijdens de mondelinge behandeling, om bij voorwaardelijke beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:
haar machtiging te verlenen om de woning in beheer te nemen, zo nodig met behulp van een deurwaarder en de sterke arm;
haar machtiging te verlenen om de woning onder zich te nemen c.q. te ontruimen;
de hypotheekgevers en eenieder die zich in de woning bevindt, voor zover hij geen huurder is als bedoeld in artikel 3:264 lid 4 en Pro 8 BW, te veroordelen de woning binnen drie dagen deze beschikking te ontruimen en met al de hunnen en het hunne te verlaten en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking te stellen aan de Bank.
3.2.
Aan het verzoek heeft de Bank het volgende ten grondslag gelegd. [verweerders] c.s. hebben een achterstand laten ontstaan in hun hypotheekbetalingen. Omdat een (bestendige) betalingsregeling niet mogelijk bleek is de Bank tot executie overgegaan. Tot kort voor de mondelinge behandeling in deze procedure werkten [verweerders] c.s. niet mee aan het executietraject, zij reageerden niet of nauwelijks op de contactpogingen van de Bank, de taxateur of de notaris. In verlengde daarvan verwachtte de Bank dat zij ook niet mee zullen werken aan een inpandige taxatie en bezichtigingen van de woning, wat voor een hoge executieopbrengst wel nodig is. Sinds kort voor de mondelinge behandeling is het contact tussen de Bank en [verweerders] c.s. verbeterd en is door hen toegezegd mee te werken aan een inpandige taxatie en bezichtigingen. De Bank geeft voorkeur aan vrijwillige medewerking, maar wil niet afhankelijk zijn van de toezegging hieromtrent van [verweerders] c.s. Daarom heeft de Bank belang bij het (voorwaardelijk) mogen inroepen van het in de hypotheekakte overeengekomen beheers- en ontruimingsbeding.
3.3.
[verweerders] c.s. voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4.De beoordeling

Het beoordelingskader
4.1.
De wettelijke regels voor het in beheer nemen en ontruimen van een onderpand, zoals een woning, staan in artikel 3:267 Burgerlijk Pro Wetboek (BW). Op grond van dat artikel kan in de hypotheekakte worden vastgelegd dat de hypotheekhouder het recht heeft om een onderpand in beheer te nemen wanneer de hypotheekgever ernstig tekortschiet in zijn verplichtingen, mits de voorzieningenrechter hiervoor machtiging verleent. Ook kan in de hypotheekakte worden vastgelegd dat de hypotheekhouder het onderpand daadwerkelijk in bezit mag nemen als dit noodzakelijk is voor de executie, eveneens onder voorbehoud van toestemming van de voorzieningenrechter. Wanneer de voorzieningenrechter deze machtiging tot inbezitneming verleent, kan hij bepalen dat de hypotheekgever en eventuele andere bewoners het onderpand moeten verlaten. Hierbij maakt de voorzieningenrechter een afweging tussen het recht van de eigenaar om de woning waarop de hypotheek rust te gebruiken en het belang van zowel de hypotheekgever als de hypotheekhouder om bij de verkoop van het pand een zo hoog mogelijke opbrengst te bereiken.
Het beheer- en ontruimingsbeding mogen voorwaardelijk worden ingeroepen
4.2.
Het verzoek van de Bank kan worden toegewezen. [verweerders] c.s. hebben erkend dat zij ernstig in hun betalingsverplichting naar de Bank zijn tekortgeschoten. Daarnaast voldoet het verzoek aan alle wettelijke formaliteiten.
4.3.
De verzochte toestemming om het beheers- en ontruimingsbeding in te mogen roepen zullen op verzoek van de Bank voorwaardelijk worden verleend. Dat is zowel in het belang van [verweerders] c.s. als van de Bank. [verweerders] c.s. krijgen op deze manier de kans om de geplande gedwongen verkoop te voorkomen, terwijl de Bank voldoende zekerheid krijgt ten aanzien van het verdere verloop van het executietraject. [verweerders] c.s. hebben namelijk toegelicht dat zij voornemens zijn de betalingsachterstand te voldoen na inning van verschillende nog openstaande facturen voor door [verweerders] verrichte werkzaamheden voor derden. Daarnaast hebben [verweerders] c.s. toegezegd mee te zullen werken aan een inpandige taxatie en bezichtigingen, zolang het executietraject nog niet is gestaakt. De Bank heeft desgevraagd bevestigd dat wanneer [verweerders] c.s. de betalingsachterstand én de executiekosten voldoen voor de veiling, de Bank de executie zal staken. Die uitkomst is echter niet zeker. Het contact tussen partijen is weliswaar verbeterd, maar het is begrijpelijk dat de Bank niet afhankelijk wenst te zijn van de toezeggingen van [verweerders] c.s. en van de derden die de uitstaande facturen van [verweerders] c.s. nog moeten voldoen.
4.4.
De voorzieningenrechter zal daarom de verzoeken van de Bank toewijzen en daarbij bepalen dat de Bank deze beschikking alleen mag gebruiken als [verweerders] c.s. niet of niet voldoende meewerken aan het executietraject. Dat meewerken bestaat uit: het beschikbaar zijn voor en op eerste verzoek van de Bank toestaan van een inpandige taxatie en bezichtigingen van de woning. Deze maatregelen bevorderen een hoge veilingopbrengst, wat zowel in het belang van de Bank als [verweerders] c.s. is, mocht het tot toch een gedwongen verkoop komen. Werken [verweerders] c.s. niet (voldoende) mee, dan mag de Bank alsnog gebruik maken van deze beschikking en het onderpand binnen drie dagen na betekening daarvan in beheer nemen en ontruimen.
4.5.
De verzochte machtiging om de woning zo nodig met behulp van de sterke arm in beheer te nemen wordt afgewezen. De reden daarvan is dat die bevoegdheid op grond van de artikelen 556 lid 1 en 557 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering al uit de wet voortvloeit, een aparte machtiging is daarom overbodig.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
verleent aan de Bank verlof om de woning in beheer te nemen, zo nodig met behulp van een deurwaarder;
5.2.
verleent aan de Bank verlof om de woning onder zich te nemen c.q. te ontruimen;
5.3.
veroordeelt [verweerders] c.s. en eenieder die zich in de woning bevindt, voor zover hij geen huurder is als bedoeld in artikel 3:264 lid 4 en Pro 8 BW, om de woning binnen drie dagen na betekening van deze beschikking te ontruimen en met al de hunnen en het hunne te verlaten en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking te stellen aan de Bank;
5.4.
bepaalt dat de Bank deze beschikking niet ten uitvoer mag leggen zo lang [verweerders] c.s. meewerken aan het executietraject zoals verwoord in 4.4;
5.5.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.6.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. D.R. Glass en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2026.
2184