Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.[verweerder] te [woonplaats],2. [verweerster] te [woonplaats],
1.De procedure
- het op 18 maart 2026 ontvangen verzoekschrift, met producties 1 tot en met 9;
- de op 3 mei 202 gedateerde brief van [verweerders] c.s.
Rechtbank Den Haag
De Bank heeft de hypotheek op een woning opgezegd vanwege niet-nakoming van betalingsverplichtingen door de hypotheekgevers. De Bank verzoekt de voorzieningenrechter om machtiging om de woning in beheer te nemen en te ontruimen op grond van het beheers- en ontruimingsbeding in de hypotheekakte.
De hypotheekgevers erkennen hun betalingsachterstand, maar hebben toegezegd mee te werken aan een inpandige taxatie en bezichtigingen. De Bank wil echter niet afhankelijk zijn van deze toezeggingen en verzoekt daarom om voorwaardelijke machtiging.
De rechtbank weegt het recht van de eigenaar af tegen het belang van de Bank bij een hoge executieopbrengst. De machtiging wordt voorwaardelijk verleend, waarbij de Bank de beschikking alleen mag gebruiken als de hypotheekgevers niet of onvoldoende meewerken aan het executietraject. De machtiging om de woning met behulp van de sterke arm in bezit te nemen wordt afgewezen omdat deze bevoegdheid al uit de wet voortvloeit.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en bepaalt dat de hypotheekgevers en anderen die geen huurder zijn de woning binnen drie dagen moeten ontruimen na betekening, tenzij zij meewerken aan het executietraject. De Bank krijgt hiermee zekerheid over het verloop van de executie, terwijl de hypotheekgevers de kans krijgen de gedwongen verkoop te voorkomen.
Uitkomst: De rechtbank verleent de bank voorwaardelijke machtiging om de woning in beheer te nemen en te ontruimen indien de hypotheekgevers niet meewerken aan het executietraject.