Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] , verzoekster
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster, een Ghanees staatsburger, heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid. Deze aanvraag werd afgewezen door de minister van Asiel en Migratie, en het bezwaar van verzoekster werd ongegrond verklaard. Verzoekster stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om de uitkomst van het beroep in Nederland af te wachten.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek buiten zitting en constateerde dat verzoekster niet voldeed aan het middelenvereiste, omdat de overgelegde arbeidsovereenkomst slechts tot 28 februari 2026 liep en het inkomen niet duurzaam was zoals vereist. Tevens was sprake van een terugkeerbesluit tegen verzoekster, en verweerder had niet gereageerd op het verzoek om een verweerschrift.
Gelet op de omstandigheden en het ontbreken van een redelijke kans van slagen van het beroep, wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en de uitspraak is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor een machtiging tot voorlopig verblijf als gezinslid wordt afgewezen wegens onvoldoende duurzaam inkomen.