ECLI:NL:RBDHA:2026:18246
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopig getuigenverhoor en gedeeltelijke inzage financiële stukken in leninggeschil
In deze civiele procedure vordert [verzoekers sub 1], een financiële holding, inzage in financiële stukken en een voorlopig getuigenverhoor tegen [verweerders], waaronder een groothandel in koffie en thee en haar bestuurders. [Verzoekers sub 1] stelt dat zij een lening van €460.000 aan [verweerders sub 1] heeft verstrekt, waarvan slechts een deel is terugbetaald, en vermoedt dat activiteiten zijn voortgezet in een andere vennootschap om verhaal te frustreren.
De rechtbank weegt het verzoek tot voorlopige bewijsverrichtingen af aan de hand van artikel 196 Rv Pro en concludeert dat het belang van [verzoekers] voldoende is, ondanks het verweer van [verweerders] dat het om een investering gaat en niet om een lening. De rechtbank wijst het verzoek tot een voorlopig getuigenverhoor toe en beveelt gedeeltelijke inzage in jaarrekeningen en winst- en verliesrekeningen van [verweerders sub 1] en [verweerders sub 4], met een dwangsom bij niet-naleving.
De rechtbank wijst het verzoek tot inzage in andere financiële overzichten af, omdat het bestaan daarvan niet is vastgesteld. Tevens wordt bepaald dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op een nader te bepalen datum en dat partijen hun beschikbaarheid moeten doorgeven. De beschikking is gegeven door mr. D.R. Glass en op 22 juni 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank beveelt een voorlopig getuigenverhoor en gelast gedeeltelijke inzage in financiële stukken met een dwangsom bij niet-naleving.