ECLI:NL:RBDHA:2026:18236

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 juli 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
NL26.35072
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 447e SrVreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen vreemdelingenrechtelijke ophouding na strafrechtelijke aanhouding afgewezen

Eiser, een Turkse nationaliteit dragende persoon, werd op 23 juni 2026 opgehouden en later vrijgelaten nadat hem een bevel was opgelegd zich onmiddellijk naar Spanje te begeven. Hij stelde beroep in tegen de vreemdelingenrechtelijke ophouding en verklaarde zich akkoord met een schriftelijke behandeling.

De rechtbank overwoog dat de ophouding volgde op een strafrechtelijke aanhouding op grond van artikel 447e Wetboek van Strafrecht, waarbij het voertuig van eiser was gestopt vanwege een ANPR-melding in verband met een malafide verhuurbedrijf. Bij controle werd hennep aangetroffen en eiser werd aangehouden wegens rijden onder invloed en het niet tonen van een identiteitsbewijs.

De rechtbank oordeelde dat de verbalisanten handelden binnen hun algemene politietaak en dat de strafrechtelijke aanleiding voor de ophouding voldoende was vastgesteld. De rechtbank achtte zich niet bevoegd om de aanwending van andere bevoegdheden dan die van de Vreemdelingenwet 2000 te toetsen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenrechtelijke ophouding wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.35072

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. R.W. Koevoets),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. H. Toonders).

Procesverloop

Verweerder heeft eiser op 23 juni 2026 om 14:21 uur opgehouden. Op 23 juni 2026 omstreeks 19:45 uur is de vrijheidsbeneming van eiser beëindigd omdat aan hem een bevel om zich onmiddellijk te begeven naar het grondgebied van Spanje is opgelegd.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de ophouding.
Eiser heeft zich akkoord verklaard met een schriftelijke behandeling van het beroep. Op 26 juni 2026 heeft eiser beroepsgronden ingediend. Verweerder heeft op 1 juli 2026 een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft op 2 juli 2026 het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1994 en de Turkse nationaliteit te hebben.
2. Eiser voert aan dat hij niet kan toetsen of sprake is geweest van een verkapt vreemdelingrechtelijke staandehouding, omdat het dossier te beperkt is.
3. Verweerder heeft bij brief van 1 juli 2026 meegedeeld dat de vreemdelingrechtelijke ophouding volgde op een strafrechtelijke aanhouding op grond van artikel 447e van het Wetboek van Strafrecht. Verweerder heeft hierbij een proces-verbaal van bevindingen en een proces-verbaal van aanhouding verdachte geüpload in het digitale dossier. Hierin staat dat twee verbalisanten het voertuig waarin eiser zich bevond hebben gestopt vanwege een ANPR-melding. De toelichting daarbij was dat het een voertuig van een malafide verhuurbedrijf betrof. Bij controle van het voertuig is hennep aangetroffen in het dashboardkastje. Eiser is vervolgens aangehouden vanwege het rijden onder invloed en het niet voldoen aan de vordering om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden.
4. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het proces-verbaal van bevindingen en het proces-verbaal van aanhouding aanhouding afdoende dat sprake was van een strafrechtelijke aanleiding om eiser naar zijn identiteitsdocumenten te vragen en ook dat de verbalisanten in het kader van hun algemene politietaak hebben gehandeld. Het is niet aan de rechter in vreemdelingenzaken om te oordelen over de aanwending van andere dan bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 toegekende bevoegdheden. De beroepsgrond slaagt niet.
5. Het beroep is ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is op 3 juli 2026 gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.