Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende persoon, werd op 23 juni 2026 opgehouden en later vrijgelaten nadat hem een bevel was opgelegd zich onmiddellijk naar Spanje te begeven. Hij stelde beroep in tegen de vreemdelingenrechtelijke ophouding en verklaarde zich akkoord met een schriftelijke behandeling.
De rechtbank overwoog dat de ophouding volgde op een strafrechtelijke aanhouding op grond van artikel 447e Wetboek van Strafrecht, waarbij het voertuig van eiser was gestopt vanwege een ANPR-melding in verband met een malafide verhuurbedrijf. Bij controle werd hennep aangetroffen en eiser werd aangehouden wegens rijden onder invloed en het niet tonen van een identiteitsbewijs.
De rechtbank oordeelde dat de verbalisanten handelden binnen hun algemene politietaak en dat de strafrechtelijke aanleiding voor de ophouding voldoende was vastgesteld. De rechtbank achtte zich niet bevoegd om de aanwending van andere bevoegdheden dan die van de Vreemdelingenwet 2000 te toetsen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenrechtelijke ophouding wordt ongegrond verklaard.