Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
( ) Nee
( ) Nee
( ) Nee
( ) Nee
( ) Nee
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn en een eerder door de rechtbank gestelde nadere termijn zijn overschreden. Tevens is het beroep tijdig ingesteld na een correcte ingebrekestelling.
De rechtbank stelt een nieuwe beslistermijn vast tot uiterlijk 20 juli 2026, rekening houdend met bijzondere omstandigheden zoals achterstanden bij de behandeling van asielaanvragen. Deze termijn overschrijdt niet de maximale termijn van 21 maanden zoals genoemd in de Procedurerichtlijn.
De rechtbank legt een rechterlijke dwangsom op van € 50 per dag met een maximum van € 15.000 voor het geval de minister niet binnen deze termijn beslist. Daarnaast worden proceskosten toegekend aan eiser voor de ingediende beroepsprocedure.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en bevat een uitgebreide motivering over de toepasselijke wettelijke bepalingen, waaronder de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt de minister op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig genomen besluit vernietigd en de minister opgedragen binnen 20 juli 2026 alsnog te beslissen onder oplegging van een dwangsom.