Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.S.J. Bootsma, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een atheïst van Turkse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij stelde dat hij in Turkije discriminatie ondervond vanwege zijn atheïsme, wat leidde tot stress en verslechtering van zijn medische toestand, waaronder diabetes. Eiser vreesde bij terugkeer opnieuw discriminatie en onvoldoende medische zorg.
De minister wees de aanvraag af omdat de discriminatie niet zodanig ernstig was dat eiser niet kon functioneren op sociaal en maatschappelijk gebied. De rechtbank bevestigde dit oordeel, stellende dat eiser toegang had tot medische zorg, huisvesting en onderwijs, ondanks enkele incidenten. De algemene informatie over discriminatie in Turkije maakte niet aannemelijk dat eiser zich niet kan handhaven.
Daarnaast stelde eiser dat uitzetting tot een schrijnende situatie zou leiden vanwege zijn werk, relatie en taalontwikkeling in Nederland. De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden niet bijzonder of schrijnend genoeg zijn om een verblijfsvergunning te rechtvaardigen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de afwijzing van de asielaanvraag.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en handhaaft de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende schrijnende situatie.