De minister van Asiel en Migratie heeft op 16 januari 2026 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld, dat tevens als verzoek om schadevergoeding is aangemerkt.
De rechtbank heeft het beroep op 27 januari 2026 behandeld via een beeldverbinding, waarbij eiser en zijn gemachtigde aanwezig waren, evenals de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft ambtshalve getoetst of de maatregel van bewaring rechtmatig is opgelegd.
Uit de beoordeling blijkt dat eiser geen gronden heeft aangevoerd die de rechtmatigheid van de maatregel betwisten. Ook de door de minister verstrekte gegevens bieden geen aanleiding om de maatregel onrechtmatig te achten. Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.