ECLI:NL:RBDHA:2026:18171
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid vrees voor criminele bende in Colombia
Eiser, een Colombiaanse nationaliteit, diende op 19 januari 2026 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij stelde dat hij bedreigd werd door leden van een criminele bende (Oficina de Cobro) en vreest bij terugkeer vermoord te worden. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat de verklaringen van eiser onvoldoende geloofwaardig waren en gebaseerd leken op aannames en vermoedens.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht vond dat eiser onvoldoende concrete details kon geven over zijn belagers en dat er tegenstrijdigheden waren in zijn verklaringen, zoals het feit dat hij beweerde ondergedoken te zijn maar toch in het openbaar werkte. Ook werd het late indienen van de asielaanvraag door eiser niet als verschoonbaar beschouwd.
Hoewel eiser aanvoerde dat de minister onvoldoende rekening hield met zijn aangifte en de algemene informatie over bendegeweld in Cali, concludeerde de rechtbank dat deze documenten niet voldoende waren om het asielrelaas geloofwaardig te maken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.