Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] ,
de minister van Buitenlandse Zaken, de minister
Samenvatting
[referente] , in Nederland. Daarom heeft hij een visum voor kort verblijf aangevraagd. De minister heeft deze aanvraag afgewezen, onder andere omdat hij twijfelt of eiser op tijd terug zal gaan naar de Dominicaanse Republiek. De rechtbank vindt dat de minister de afwijzing op bepaalde punten niet goed heeft gemotiveerd. Daar heeft eiser op dit moment alleen niets aan. Dat komt omdat de aanvraag ook is afgewezen omdat eiser niet voldoende middelen zou hebben om zijn verblijf in Nederland en de terugreis te kunnen betalen. Eiser heeft in beroep niet gezegd waarom dit niet zou kloppen, zodat de rechtbank ervan uitgaat dat de minister hierin gelijk heeft. Het niet voldoen aan het zogenoemde middelenvereiste is namelijk genoeg om de aanvraag af te wijzen. De afwijzing van de aanvraag blijft dan ook in stand. Dit betekent niet dat eiser nooit op familiebezoek in Nederland zou kunnen komen. Eiser zou namelijk een nieuwe aanvraag kunnen indienen en in dat kader zou deze uitspraak misschien wat richting kunnen bieden.