Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
Procesverloop
Wat aan deze procedure voorafging
bonded labour) als bedoeld in de Algemene Ambtsberichten van Pakistan van 2022 en 2024. Tenslotte acht de minister de kans dat eiser bij terugkeer problemen zal ondervinden van de kant van schuldeiser [persoon1] niet reëel. Eiser is niet persoonlijk benaderd of bedreigd en heeft niets van deze schuldeiser vernomen, ook niet na twee keer terug te zijn geweest in zijn ouderlijk huis.
De beroepsgronden en het oordeel van de rechtbank
affidavit) van zijn vader.
Oordeel van de rechtbank
ondanksde omstandigheid dat de schuldenaar eiser met een vuurwapen had bedreigd vanwege diens incassopoging. De minister heeft bovendien niet ten onrechte opgemerkt dat hij dit niet los kan zien van de aangifte na de tweede bedreiging door een andere schuldenaar, die minder ernstig van karakter was (niet fysiek, geen vuurwapen), maar waarna wél aangifte is gedaan. Verder heeft de minister terecht opgemerkt dat de toelichting van eiser in beroep strijdig is met een eerdere verklaring van eiser, namelijk dat hij vanwege het vuurwapen geen aangifte had gedaan na de éérste bedreiging. De minister heeft zich ook terecht op het standpunt gesteld dat eiser wisselend heeft verklaard over de reden waarom het nodig was om de politie geld te betalen. Ook over de consequenties van het (niet) betalen van geld aan de politie heeft eiser wisselend verklaard. Wat eiser hierover in beroep heeft aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel.
De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat de conclusie van de minister dat eisers verklaringen over de bedreigingen ongeloofwaardig zijn, voldoende is gemotiveerd. De beroepsgrond slaagt niet.
affidavit.Dat het, naar de waarnemer van de gemachtigde op zitting heeft gesteld, niet uit het
affidavitblijkt maar wel uit de praktijk, te meer daar de schuld naar Pakistaanse begrippen heel groot is, heeft eiser geheel niet nader onderbouwd. Ook eisers stelling dat schuldslavernij een risico vormt omdat dit voorkomt in de regio waar eiser vandaan komt, is niet onderbouwd. Daar staat tegenover dat uit het AAB waar de minister naar verwijst [4] volgt dat schuldslavernij voorkomt in geïsoleerde gebieden. Hieruit volgt niet dat het ook voorkomt in [plaats 2] , waar eiser vandaan komt. Eiser en zijn familie bezitten volgens de minister ook niet de kenmerken van mensen die een risico op gedwongen arbeid lopen: eiser is niet laag opgeleid en zijn familie behoort niet tot een lagere sociale kaste. Eisers stelling op zitting dat het niet juist is dat alleen mensen met deze kenmerken een risico lopen, is niet onderbouwd. De minister heeft verder kunnen wijzen op de omstandigheid dat eiser nimmer persoonlijk is benaderd door de schuldeiser, ook niet toen hij na zijn vertrek uit Pakistan nog tweemaal terugreisde naar zijn ouderlijk huis.