ECLI:NL:RBDHA:2026:1813
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
De minister van Asiel en Migratie heeft op 22 oktober 2025 het verzoek van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Duitsland volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag.
Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De rechtbank Den Haag heeft het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening op 3 februari 2026 behandeld in een zitting te Groningen, waarbij eiser, zijn waarnemer, een tolk en de gemachtigde van de minister aanwezig waren.
De voorzieningenrechter heeft het onderzoek gesloten en direct mondeling uitspraak gedaan. Omdat de rechtbank op dat moment al een inhoudelijke uitspraak op het beroep heeft gedaan, achtte zij een voorlopige voorziening niet meer nodig en wees het verzoek af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, waarmee de beslissing definitief is.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag al inhoudelijk uitspraak heeft gedaan.