ECLI:NL:RBDHA:2026:1805
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na ongegrond verklaring beroep in vreemdelingenzaak
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn opvolgende aanvraag in een vreemdelingenzaak. De minister van Asiel en Migratie heeft op 19 september 2025 alsnog op de aanvraag beslist en deze afgewezen als kennelijk ongegrond, waarbij tevens een inreisverbod van twee jaar is opgelegd.
Verzoeker was het niet eens met dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 16 januari 2026 samen met het beroep van verzoeker.
De rechtbank heeft het samenhangende beroep van verzoeker ongegrond verklaard, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het samenhangende beroep ongegrond is verklaard.