ECLI:NL:RBDHA:2026:18049
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
De minister van Asiel en Migratie heeft op 28 april 2026 een maatregel van bewaring opgelegd en verlengd tot maximaal twaalf maanden. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank oordeelde dat het beroep feitelijk gericht was tegen het voortduren van de maatregel sinds 6 mei 2026, na een eerdere uitspraak over de rechtmatigheid tot die datum.
De rechtbank stelde vast dat de eerder beoordeelde maatregel tot 6 mei 2026 rechtmatig was en dat de door eiser aangevoerde beroepsgronden reeds waren behandeld. De rechtbank voerde een ambtshalve toetsing uit, waarbij zij onder meer het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022 en het arrest Adrar van 4 september 2025 betrok.
Er werd geen grond gevonden om het voortduren van de maatregel onrechtmatig te achten, noch dat het familie- en gezinsleven of het non-refoulementbeginsel zich tegen de verwijdering verzetten. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.